Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

3V-alternatieven

Het streven naar 3V-alternatieven is gericht op het verkrijgen van kwalitatief goede onderzoeksresultaten via methoden die dierproeven Vervangen, Verminderen en Verfijnen. Dierproeven worden daarbij waar mogelijk vervangen door diervrije experimenten. Waar dierexperimenten noodzakelijk blijven, wordt het aantal benodigde dieren zoveel mogelijk teruggebracht en wordt het welzijn van de dieren geoptimaliseerd en pijn en ongerief geminimaliseerd.

Het 3V-principe voor de Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven is in 1959 voor het eerst beschreven door de biologen Russell & Burch. Hun uitgangspunt was dat goede wetenschap samen kan gaan met aandacht voor dierenwelzijn.

Inmiddels vormen de 3V's in ons land de basis van het dierexperimenteel onderzoek. Dierproeven zijn volgens de Wet op de dierproeven (Wod) sinds 1977 niet toegestaan, behalve als er echt geen 3V-alternatieven beschikbaar zijn. De voorkeur gaat uit naar 3V-alternatieven, niet alleen vanwege ethische bezwaren, maar ook vanuit wetenschappelijk en economisch oogpunt. Toch kunnen we nog steeds niet zonder dierproeven.

Gelijkwaardigheid van de 3V's

De volledige vervanging van het proefdier is natuurlijk ultieme bescherming van het dierenwelzijn. Als voor bepaalde onderzoeksgebieden vervanging niet mogelijk is, dienen ook de kansen van vermindering en verfijning optimaal te worden benut. Ook heel belangrijk is dat het goed toepassen van alle 3V's bijdraagt aan een verbetering van de kwaliteit van het onderzoek: happy animals make good science.

De huidige consensus onder onderzoekers is dat volledige vervanging van proefdieren vooralsnog als te ambitieus gezien moet worden. Bij gebrek aan gelijkwaardige of betere alternatieven blijven in bepaalde gevallen testen bij dieren nog lange tijd noodzakelijk. Op korte termijn wordt de meeste winst bij 3V-alternatieven behaald uit de factoren vermindering en verfijning. Randvoorwaarde is dan wel dat daar meer in wordt geïnvesteerd.

Tegenstrijdigheid binnen de 3V's

Bij het uitvoeren van dierproeven moeten soms keuzes gemaakt worden en moeten de afzonderlijke V's tegen elkaar worden afgewogen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat door de inzet van beeldvormende technieken minder proefdieren nodig zijn, omdat er op langere termijn meer gegevens uit een of enkele proefdieren kunnen worden gehaald. Daarentegen kan het zijn dat de enkele proefdieren die wel gebruikt worden meer pijn en ongerief ondervinden. De onderzoeker moet in dergelijke situaties bepalen welk belang het zwaarste weegt.

weegschaal

Meer Kennis met Minder Dieren van ZonMw

Met het programma Meer Kennis met Minder Dieren stimuleert en financiert ZonMw onderzoek naar de 3V's. Het is een overkoepelend programma, waaronder verschillende modules gepositioneerd zijn.  Het budget is 5.450.00 euro en het programma heeft een looptijd van 2011 tot 2014. In een interview geeft directeur Henk Smid van ZonMw voorbeelden van ontwikkelingen die door ZonMw zijn gesteund.

.