Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Aanleiding 3V-alternatieven

Experimenten op dieren hebben eeuwenlang de basis voor de (medische) wetenschap gevormd. Vooral in de 19e en 20e eeuw is grote vooruitgang in de wetenschap geboekt dankzij de inzet van levende dieren. Dit was mogelijk op basis van het uitgangspunt dat dieren ten dienste staan van mensen. In de tweede helft van de 20e eeuw begonnen de verhoudingen tussen mens en dier te veranderen en ontwikkelde zich een meer kritische kijk op het gebruik van proefdieren.

In 1959 introduceerden de wetenschappers Russell en Burch het 3V-principe: Vervanging, Vermindering en Verfijning bij het gebruik van proefdieren waar mogelijk. Het 3V-principe heeft vanaf die tijd de praktijk van dierproeven wereldwijd fundamenteel beinvloed. Op basis van dit principe heeft Nederland in 1977 haar wetgeving aangescherpt, hetgeen heeft geresulteerd in de Wet op de dierproeven (Wod).

Rusell en Burch

De Britse wetenschappers Rex Burch (l) en Bill Rusell (r) introduceerde het 3V-principe in 1959 

Het huidige kabinet is van mening dat in de ontwikkeling van 3V alternatieven meer kansen liggen om tegemoet te komen aan de veranderende maatschappelijke, wetenschappelijke en economische ontwikkelingen in de samenleving. Lees hierover meer in de Kabinetsvisie Alternatieven voor Dierproeven 2008 en het Actieplan Alternatieven en Dierproeven 2011-2021.

.