Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

MSD zoekt alternatieven voor verplichte dierproeven

Elma Loomans en Marga Peters

Marga Peters en Elma Loomans van MSD

Toen Marga Peters 32 jaar geleden op het dierenlab van het toenmalige Organon in Oss als analiste aan de slag ging, werd haar verteld dat de afdeling waarschijnlijk nog maar een paar jaar zou bestaan. De mogelijkheden om dierproeven voor de kwaliteitscontrole van geneesmiddelen te vervangen door in vitro methoden, leken veelbelovend. De afdeling is inderdaad flink kleiner geworden, maar bestaat nog steeds. Op de locatie van het inmiddels internationale MSD in Oss, worden onder andere verschillende hormoonproducten ontwikkeld en gefabriceerd. Zowel bij de ontwikkeling als bij de kwaliteitscontrole worden in vitro en in vivo testen ingezet. Voor het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH)-preparaat dat gebruikt wordt als behandeling van verminderde vruchtbaarheid, moet elke geproduceerde batch worden getest op biologische activiteit. Regelgevende instanties eisen wereldwijd voor deze test een dierproef. Per jaar worden daarvoor in Oss duizenden ratten gebruikt. MSD is al jaren bezig om een test geaccepteerd te krijgen om batches FSH-preparaat te testen zonder nog gebruik te hoeven maken van proefdieren.

“De dierproef is in dit geval een heel goede voorspeller”, vertelt Elma Loomans, Lab manager OC Microbiology & Pharmacology Quality Operations van MSD. “Helaas zou ik haast zeggen, want vind dan maar een alternatief dat minstens zo goed is.” Toch is MSD daar al jaren mee bezig. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar Vervanging, maar ook naar Vermindering en Verfijning. “We testen maar in drie in plaats van in twaalf gevoelige concentraties. Op die manier hebben we het gebruik van dierproeven al sterk kunnen reduceren. Dat is het resultaat van uitgebreid onderzoek met statistische onderbouwing. Daarbij hebben we heel kritisch gekeken naar welke experimenten echt nodig zijn om goede resultaten te garanderen.”

Spanning

MSD is een internationaal farmaceutisch bedrijf op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, productie en verkoop van geneesmiddelen en vaccins voor mens en dier. Het voormalige Organon is geïntegreerd in MSD. Op de locatie in Oss werken ruim 3.000 mensen en daar worden humane geneesmiddelen ontwikkeld, geproduceerd, verpakt en gedistribueerd over de hele wereld. MSD wil uiteindelijk naar volledige vervanging van diermodellen voor het testen van FSH-preparaten. Daarbij ervaart MSD, zoals de gehele farmaceutische industrie, een spanning bij de overheid. Aan de ene kant wil die overheid haar burgers beschermen en is daardoor heel terughoudend met het goedkeuren van nieuwe innovatieve testmethoden zonder proefdieren. Aan de andere kant wil diezelfde overheid het aantal dierproeven terugbrengen. De beschermende overheid lijkt daarbij vaak de overhand te hebben. “Voor een bedrijf lijkt er nauwelijks een positieve stimulans te zijn om met alternatieven aan de slag te gaan”, stelt Pieter Verbost, Proefdierdeskundige en Auditor. “Maar MSD blijft zich volop inzetten om alternatieven goedgekeurd te krijgen.”

Pieter Verbost

Pieter Verbost

Volgende stap

Peters, Loomans en Verbost leggen aan de hand van het FSH-preparaat uit hoe MSD omgaat met het testen van producten. Elke geproduceerde batch van de grondstof en eindproduct van het FSH-preparaat wordt getest op biologische activiteit. Daarnaast moet het FSH-preparaat ook getest worden op stabiliteit met behulp van dierproeven, omdat de regelgevende instanties de garantie willen dat het product stabiel is gedurende de tijd dat een patiënt het gebruikt. MSD heeft een opvolger van het vruchtbaarheidshormoon wat Verbost ‘FSH met een staartje’ noemt. Dat is een hormoon met een extra molecuul zodat er minder vruchtbaarheidsbehandelingen nodig zijn voor eenzelfde resultaat. Voor de grondstof van beide geneesmiddelen is al een in vitro test ontwikkeld, die gedeeltelijk door de autoriteiten is goedgekeurd. Van elke tien testen moet er nog steeds één in vivo gedaan worden. Voor het eindproduct van het FSH-preparaat met een staartje is inmiddels een in vitro test goedgekeurd, uitgezonderd de Verenigde Staten daar wordt ook voor dit product nog steeds een in vivo test geëist. “We hopen echter dat de autoriteiten in de Verenigde Staten eind 2014 hun akkoord geven voor de invoering van de in vitro test. Dat zou betekenen dat voor de productie van de opvolger van het FSH-preparaat geen enkele dierproef meer nodig is. De volgende stap is om alle FSH preparaten helemaal zonder dieren te testen”, vertelt Verbost.

Verschillende eisen

“En dat is een zaak van lange adem”, weet Loomans. Daarbij speelt ook een rol dat er vanuit verschillende overheden verschillende eisen aan testen gesteld worden. Peters: “Daarom komt het voor dat we voor hetzelfde product drie verschillende testen moeten uitvoeren om het in verschillende continenten op de markt te mogen brengen.” Het is voor regelgevende instanties ook lastig om te beoordelen of een alternatief even goed is als een dierproef, geeft Verbost toe. “We werken inmiddels veel met cellijnen. Dat is een in vitro techniek die in dit geval goed werkt. Daar moet een regelgevende instantie aan wennen, dat er met cellen veel te testen valt. Dat vraagt daar ook mensen die van de hoed en de rand weten en die kunnen beoordelen wanneer een dergelijke test een betrouwbaar alternatief is voor een dierproef. Zolang dat vertrouwen er niet is, wordt toch vastgehouden aan de dierproef.”

Elk dier is er één

Hoewel regelgevende instanties vooralsnog dierproeven verplicht stellen, gaat MSD volop door met het ontwikkelen van alternatieven. Daarbij speelt de ethische kwestie rond dierproeven zeker een rol. Maar MSD wil als innovatief bedrijf ook op het gebied van alternatieve testmethoden voorop lopen. Peters: ”Elk dier is er één. Op onze afdeling willen we met zo min mogelijk dieren testen. Het voelt niet goed om dierproeven te doen als er ook andere mogelijkheden zijn.” Maar er zijn nog meer redenen voor MSD om diermodellen te vervangen door in vitro testen. Deze testen zijn in veel gevallen goedkoper en ze zijn meestal sneller dan in vivo testen. Ook ben je als bedrijf niet langer afhankelijk van de beschikbaarheid van dieren in verband met fokprogramma’s. Je kunt dus veel flexibeler testen.

Ver uit elkaar

Illustratie interview MSD

De wereld van de regelgevers en industrie ligt nog wel eens ver uit elkaar, vindt Loomans. Het zou goed zijn die twee werelden dichter bij elkaar te brengen zodat er ook meer begrip komt voor elkaars positie. “Overheden zijn wat dat betreft voor ons soms moeilijk te benaderen”, vertelt Verbost. “Je levert als bedrijf heel veel data aan om te bewijzen dat de alternatieve methode goed werkt, maar in het vervolg lijkt er weinig ruimte te zijn om met overheden de validatie van testen te bespreken. Dat maakt het lastig, ondanks dat we beiden hetzelfde willen, om grote stappen te zetten in het volledig afschaffen van de nu nog benodigde dierproeven. Alle diermodellen die gemakkelijk te vervangen waren door andere testen, zijn allemaal al lang vervangen. Nu gaat het over testen waarvan de regelgevende instanties nog niet overtuigd zijn dat ze voldoende betrouwbaar zijn. Dat kost tijd.”

.