Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Aandacht en media en aandacht van politiek en publiek versterken elkaar

Rens Vliegenthart

Rens Vliegenthart, hoogleraar Communicatiewetenschappen, Universiteit van Amsterdam

Media oefenen een sterke invloed uit op politiek en publiek. En politiek en publiek oefenen een sterke invloed uit op media Dat mag een open deur lijken, maar volgens Rens Vliegenthart beseffen zowel media als publiek en politiek nog lang niet altijd hoe groot die invloed is. Vliegenthart is sinds 2013 hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder media en organisaties, aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Vliegenthart doet onderzoek naar mediaberichtgeving van politieke actoren en sociale bewegingen. Hij bestudeert hoe deze berichtgeving tot stand komt en hoe het politieke proces en de publieke opinie erdoor worden beïnvloed. Zijn bevindingen zijn zeker interessant om te kijken naar de aandacht die het vervangen, verfijnen en verminderen (3V’s) van dierproeven krijgt.

Vliegenthart doet ook onderzoek naar mediaberichtgeving over bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheid. Hij onderzoekt hoe deze organisaties positief in de publiciteit proberen te komen, en hoe belanghebbenden reageren op de publiciteit rondom deze organisaties. Daarnaast houdt hij zich bezig met de verdere ontwikkeling van technieken voor computergestuurde inhoudsanalyse van teksten. Door het analyseren van mediaberichtgeving brengt Vliegenthart in kaart of aandacht in de media leidt tot meer aandacht voor het onderwerp bij politiek en publiek.

Versterken

Vliegenthart heeft in zijn onderzoek nooit gekeken naar de rol van media, politiek en publiek op het gebied van de 3V’s voor dierproeven, maar hij ziet wel overeenkomsten met andere maatschappelijke onderwerpen. Als voorbeeld vertelt hij over zijn promotieonderzoek dat zich richtte op het anti-immigratie debat. Framing is daarbij volgens Vliegenthart cruciaal. Geert Wilders heeft binnen die discussie een belangrijke rol als vertegenwoordiger van de anti-immigratie partijen in Nederland. De media gaven veel aandacht aan de anti-islam frame van Wilders. Uit onderzoek blijkt dat als er in de media veel aandacht is voor een bepaald frame, het publiek dat frame overneemt. En hoe groter de steun van het publiek voor een bepaald onderwerp (in dit geval anti-immigratie), hoe meer aandacht in de media. Aandacht in de media en aandacht van het publiek versterken elkaar dus.

Weinig tegenwicht

In diezelfde anti-immigratie discussie zet Vliegenthart Femke Halsema neer als vertegenwoordiging van een partij die voorstander is van een multiculturele samenleving. Zij had in 2007 geen duidelijk antwoord op het anti-immigratie standpunt van haar politieke tegenstanders. Zij had geen eigen frame waarmee ze reageerde op het anti-islam frame. Dat zorgde er volgens Vliegenthart voor dat er weinig tegenwicht was in de (parlementaire) discussies over immigratie. De journalist die op zoek was naar nieuws over het onderwerp, kwam dus steeds weer uit bij mensen die die wel een duidelijke mening en verhaal over het onderwerp hadden. Dat betekende dat journalisten het anti-islam frame (nog) meer gingen gebruiken. En daarmee beïnvloedde de journalist weer de publieke opinie en de debatten in de Tweede Kamer.

Meer bewust

Vliegenthart is van mening dat zowel journalisten als politici en het publiek zich meer bewust moeten zijn van hun rol en invloed. Journalisten moeten zich realiseren dat ze invloed hebben op de publieke opinie en meer aandacht hebben voor het lange termijn beleid van de overheid. Politici moeten duidelijke uitspraken (durven) doen over standpunten waar ze het niet mee eens zijn en die standpunten zeker niet doodzwijgen. Het publiek moet kritischer worden en beseffen welke mechanismen een rol spelen bij het vormen van een opinie.

Frame

Het gaat dus om het hebben van een duidelijke ‘frame’. Mensen en organisaties die (fel) tegen dierproeven zijn hebben een duidelijk frame: het is zielig en onethisch om dieren te gebruiken voor onderzoek. “Daar kunnen mensen zich iets bij voorstellen, het is een heel sterk beeld dat ook goed te visualiseren is”, stelt Vliegenthart. De connectie dat die dierproeven gedaan worden voor onderzoek naar de preventie en genezing van bijvoorbeeld darmkanker, is veel minder duidelijk. De partijen die dierproeven nog onvermijdelijk vinden en die werken aan de vervanging, vermindering en verfijning daarvan, hebben een veel minder duidelijk en aansprekend ‘frame’ waarin hun verhaal past.

Eigen verhaal

Eigenlijk zeggen partijen die dierproeven nog onvermijdelijk vinden hetzelfde als tegenstanders van dierproeven: we zijn tegen dierproeven. Met de toevoeging ‘op dit moment zijn ze nog onvermijdelijk omdat er geen goede alternatieven zijn’. Het probleem volgens Vliegenthart is dat als je dezelfde woorden gebruikt als degene die een ander standpunt verkondigt, je dat standpunt van de ander in de publieke opinie vaak alleen maar versterkt. Vliegenthart wijst op zijn promotieonderzoek rond de anti-immigratie discussie. “Partijen die tegen immigratie zijn zeggen steeds dat de Islam bedreigend is. Het antwoord van voorstanders van de multiculturele samenleving is dat de islam helemaal niet bedreigend is. Maar wat blijft hangen zijn de woorden Islam en bedreigend. Als je iets tegenover een bepaald frame wilt zetten, moet je niet ontkennen wat de ander zegt, maar daar een eigen ander verhaal tegenover stellen.”

Toponderzoek

Wat betreft de 3V’s voor dierproeven zou dan bijvoorbeeld veel meer centraal kunnen staan dat in Nederland toponderzoek gedaan wordt dat kansen biedt voor de beste medische behandeling of maximale kwaliteit van leven. Daarbij wordt steeds gezocht naar de nieuwste onderzoeksmethoden die bijdragen aan gezondheid en veiligheid van mensen. Onderzoek met dieren wordt alleen gedaan als er echt geen andere methodes zijn en als de uitkomsten veelbelovend lijken te zijn wat betreft positieve effecten voor patiënten en consumenten. Naast een duidelijk verhaal is het ook nodig dat degene die het vertelt genoeg autoriteit en gezag heeft om gehoord te worden, weet Vliegenthart.

Prikkelend

Met discussies over gevoelige onderwerpen in het publieke debat spelen veel partijen en veel belangen een rol. Negatieve emoties zoals angst zorgen voor conflicten tussen partijen en dat helpt om onderwerpen onder de aandacht te krijgen. Journalisten die zeggen dat ze slechtst rapporteren wat er leeft in de samenleving, gaan voorbij aan het feit dat onderwerpen waarover consensus is minder spannend zijn dan onderwerpen waarover mensen elkaar in de haren vliegen. Om in de media terecht te komen moet iets wel nieuwswaardig en prikkelend zijn. Aansprekende voorbeelden en goede metaforen helpen om aandacht voor een onderwerp te krijgen van pers, publiek en politiek. Het laten zien van concrete resultaten helpt mensen om zich een voorstelling te kunnen maken van de voors- of tegens. In het geval van 3V’s van dierproeven helpt het om voorbeelden te geven van bijvoorbeeld verfijning. Dan kunnen mensen zich daar iets bij voorstellen. Dat is beter dan in algemene termen over verfijning praten.

Goed verhaal

“Ik heb zeker geen recept voor organisaties hoe ze hun onderwerp in de media kunnen krijgen en daardoor invloed uit kunnen oefenen op de politiek en de publieke opinie”, vertelt Vliegenthart. “Met onderzoek toon ik wel aan die relatie er is en dat die sterker is dat de meeste betrokkenen denken. Je daar bewust van zijn is belangrijk. En je moet niet de illusie hebben dat je als individu of als organisatie de touwtjes in handen hebt. Bedenk maar eens wat organisaties en politici allemaal roepen op een dag en hoe weinig daarvan maar door de media wordt opgepikt. Je moet een goed verhaal hebben wil het opgepikt worden.”

.