Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Van lammetjes naar simulatiepop

Foto Arno van Heijst

Arno Van Heijst, UMC St. Radboud met de Lef in 't Lab prijs 2012

“We waren er echt van overtuigd dat we onze training niet zonder dieren konden doen”, vertelt Arno van Heijst, medisch hoofd van de afdeling neonatologie van het Universitair Medisch Centrum (UMC) St. Radboud in Nijmegen. Voor het oefenen van een levensreddende behandeling van pasgeboren baby’s met een kunstlong, werd jarenlang gebruik gemaakt van lammetjes. “Ons dierenlab stelde ons een deadline. Vanaf een bepaalde datum konden we de training bij hen niet meer met lammetjes doen. Zo werden we gedwongen om een andere methode te ontwikkelen. En hoewel we op dat moment dachten dat het onmogelijk was, hebben we nu een simulatiepop waarmee we oefenen. En de training is met deze simulatiepop echt op een hoger niveau gekomen.”

Voor de ontwikkeling van de simulatiepop kreeg Van Heijst in oktober 2012 de Lef in ‘t Lab prijs van de Dierenbescherming. De behandeling die pasgeborenen met longproblemen in het UMC Radboud krijgen, stamt uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Kinderartsen werden geconfronteerd met kinderen die overleden omdat bij de geboorte hun longen onvoldoende functioneerden. Dat ging onder andere om kinderen die door ontlasting in het vruchtwater of door een infectie een ontsteking in de longen opliepen. Ook waren er kinderen met een aangeboren afwijking waardoor de longen in de verdrukking zaten. Zo’n longprobleem is een tijdelijk probleem. Het kind heeft tijd nodig om te herstellen en kan daarna een normaal leven leiden. Maar in de jaren 70 was er geen behandelmethode om die kinderen de tijd te geven om te herstellen. De kinderchirurg Bob Bartlett uit Amerika bracht daar verandering in. Hij ontwikkelde de Extra Corporele Membraan Oxygenatie (ECMO), door Van Heijst ook wel ‘kunstlong behandeling’ genoemd. Deze behandelmethode neemt de functie van de longen grotendeels over. De eigen longen krijgen dan de kans om te rusten en te genezen. Bartlett behandelde in de jaren 70 een eerste pasgeborene die door ECMO in leven bleef.

Vaardigheden aanleren

In de jaren 80 werd dit in Nederland opgepakt. Medewerkers van het UMC Radboud wilden deze methode invoeren om ook hier kinderlevens te redden. Protocollen werden opgesteld voor invoering van ECMO. Er moesten ook vaardigheden aangeleerd worden, want het is een lastige procedure. Na een cursus in Amerika gingen ze in Nijmegen aan de slag met lammetjes om met ECMO te trainen. Het dier werd in slaap gebracht en op ECMO aangesloten. Op die manier kon een hele dag getraind worden. “Ik werkte hier toen nog niet”, vertelt Van Heijst . “Maar ik heb gehoord dat onze medewerkers de volgende dag voor ze aan het werk gingen even bij de proefdierboerderij gingen kijken waar het lammetje inmiddels weer helemaal in orde was.”

Zinvolle behandeling

Toen er voldoende kennis en kunde waren, werden in 1989 de eerste twee baby’s met succes met ECMO behandeld. Vervolgens moest vastgesteld worden of het echt een zinvolle behandeling was. Van Heijst: “Dat is moeilijk te bewijzen. Je gaat niet de helft van de kinderen die in aanmerking komen met ECMO behandelen en de andere helft niet. Dus hebben we over de periode 1989 tot 1993 gekeken wat de effecten van de behandeling waren. Als controle hebben we gekeken welke kinderen in de periode 1986 tot 1989 in aanmerking zouden zijn gekomen voor de behandeling en hoe het met die kinderen is afgelopen. Daaruit bleek dat de overlevingskansen van behandeling met ECMO duidelijk groter waren dan zonder. Vanaf dat moment zijn er twee medische centra in Nederland waar de behandeling plaats vindt: in Nijmegen en Rotterdam.

Weerstand

Ondanks alle positieve resultaten van ECMO als behandelmethode, stuitte het oefenen op lammetjes op steeds meer weerstand bij medewerkers. Bovendien stelde het dierenlab dat de oefeningen teveel ongerief opleverde voor de dieren. “Zij gaven ons een deadline om een ander oefenmodel te ontwikkelen. Er was op dat moment geen goed model voor het trainen van ECMO. Dus wij zaten met onze handen in het haar. Maar soms vallen alle puzzelstukjes toevallig in elkaar Een stafmedewerker van ons, Tim Antonius, is gaan sleutelen aan een simulatiepop. Het was echt knutselen: met een pompje uit een aquarium en een klepje dat via internet is besteld en dat gewoonlijk gebruikt wordt in de olie-industrie. Het gaat niet om de pop, maar om de software en het besturingsysteem daarachter.”

ECMO simulatie

Simulatiepop voor training ECMO met Tim Antonius (rechts), ontwikkelaar van de pop en Theo Peeters(links), verpleegkundig specialist ECMO 

Levensecht

Sinds anderhalf jaar wordt de pop van Tim, zoals Van Heijst hem noemt, gebruikt voor de trainingen. De medewerkers zijn blij met de pop. Voordeel is ook dat er nu onafhankelijk van de beschikbaarheid van lammetjes geoefend kan worden. “Als het even rustig is op de afdeling kun je aan de slag.” Een ander voordeel is dat als er iets mis gaat, je een stap terug kunt doen en opnieuw kunt beginnen. Alle calamiteiten kunnen geoefend worden. “En dat voelt heel levensecht”, vertelt Van Heijst. “Dat het een pop is vergeet je na één minuut, dan voelt het echt als een kind. Het oefenen onderscheid zich dan ook niet van echte calamiteiten met ECMO op de afdeling.”

Kennis verspreiden

Voor het model is veel belangstelling vanuit de internationale medische wereld, vertelt Van Heijst. “We zijn nu op het punt dat we geïnteresseerde partijen uitnodigen om te komen praten over de verdere ontwikkeling van het model. Wij zijn als dokters niet de partij om zoiets uit te ontwikkelen. Daar hebben we een commercieel iemand voor nodig. We willen het niet helemaal uit handen geven en wel betrokken blijven bij de verdere ontwikkeling. Als academisch ziekenhuis willen we graag de kennis die we opdoen verspreiden en de reacties die dat oplevert willen we gebruiken voor een vervolmaking van de simulatiepop.”

Meer mogelijk dan gedacht

Illustratie lammetje

“Zo blijkt dat er veel meer mogelijk is dan vooraf gedacht”, blikt Van Heijst terug. “We waren er echt van overtuigd dat we ECMO niet zonder lammetjes konden oefenen. En nu hebben we een trainingsmodel dat nog veel betere resultaten oplevert. Het geeft aan dat heet belangrijk is om gewoon aan de slag te gaan, ook al lijkt iets nog heel ver weg. En je moet ook gewoon geluk hebben”, geeft Van Heijst toe. “Want zonder Tim hadden we dit nooit voor elkaar gekregen.”

.