Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

"Hoe gaan we gezamenlijk uitgangspunt over dierproeven omzetten in concrete stappen?"

Frans Brom

Frans Brom, Rathenau Instituut

“Ik heb geen enkele concrete ervaring met dierproeven”, vertelt Frans Brom, hoofd Technology Assesment bij het Rathenau Instituut. “Ik heb nooit onderzoek met dieren gedaan, nooit in een DEC (Dier Experimenten Commissie) gezeten of geld aangevraagd of verdeeld voor onderzoek waarbij dierproeven werden ingezet. Toch beweeg ik mij al ruim vijftien jaar continue aan de rand van de discussie over dierproeven. Dat is een complexe discussie, waarbij de verschillende visies niet met elkaar te verenigen zijn. Er lijkt wel een gezamenlijk uitgangspunt te zijn: dierproeven zijn een noodzakelijk kwaad en het streven is die waar mogelijk te Vervangen, Verminderen en Verfijnen. Maar het is gemakkelijk om het op dit niveau met elkaar eens te zijn. De moeilijkheden komen als je het op een concreter niveau met elkaar eens wilt worden. Hoeveel mag dat dan wel kosten, onderzoek zonder dieren? Welke wetenschappelijke moeilijkheden nemen we dan voor lief? Die discussie is interessant, maar wel heel moeizaam.”

Brom studeerde ethiek aan de Katholieke Theologische Universiteit Amsterdam. Hij promoveerde op wijsgerige ethiek. Vanuit de Universiteit Utrecht was Brom onder meer gedetacheerd bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, waar hij onder andere werkte als adjunct –secretaris van de Voorlopige Commissie Ethische Toetsing genetische modificatie Dieren. Bij zijn huidige werk voor het Rathenau Instituut staat de betekenis voor de maatschappij van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen centraal. Het gaat daarbij om de interactie tussen technology assesment, ethiek en politieke filosofie. “Dierproeven staan bij ons op de agenda en dat blijft ook voorlopig zo. De wetenschap en samenleving raken elkaar ook op dit gebied.”

Uitdaging

“Als je op een theoretische manier vanuit dierethiek naar dierproeven kijkt, dan is het duidelijk dat onze ethische praktijk inconsistent is. De haken en ogen aan dierproeven confronteren ons met onze eigen moraal. Op praktisch niveau zie je in het debat allerlei verschillende standpunten die allemaal heel plausibel zijn, maar die niet met elkaar zijn te verenigen. Het heeft voor partijen op zo’n moment geen zin om zich nog steviger in fundamentele posities vast te zetten”, vindt Brom. “Je moet gezamenlijk overstappen op een heel andere manier van denken.” Het is volgens Brom winst dat alle betrokken partijen het op hoofdlijnen met elkaar eens zijn: waar mogelijk onderzoek zonder dieren en waar dat nog onvermijdelijk is, dan moeten dieren zo min mogelijk lijden. “De uitdaging zit nu in de volgende stap. Hoe gaan we dat gezamenlijke uitgangspunt omzetten in concrete stappen.”

In gesprek

Brom stelt dat ondanks dat partijen in onze samenleving het op concreet niveau fundamenteel oneens zijn over de inzet van dierproeven, alle partijen wel vreedzaam met elkaar om gaan. “Dat is een groot goed. Zonder elkaar te ontmenselijken zijn bedrijfsleven, overheid, wetenschappers en dierenbeschermers met elkaar in gesprek. Maar die bereidheid om met elkaar in gesprek te blijven, houdt alleen stand als je ook echt vooruitgang ziet. Als het aantal dierproeven niet zichtbaar afneemt, dan houd je mensen niet aan tafel.”

Geen wetenschappelijk arrogantie

Het allerslechtste wat je tegenover kritiek op dierproeven kunt zetten, is wetenschappelijke arrogantie, vindt Brom. De houding van ‘wij doen de goede dingen, vertrouw daar maar op en laat ons verder met rust’, helpt niet in de hele discussie. “Er wordt vaak gezegd dat er weinig vertrouwen is in de wetenschap. Dat is niet zo, dat vertrouwen is altijd nog veel groter dan vertrouwen in de politiek of het bedrijfsleven. Maar dat is nog geen vrijbrief om dan maar alles te doen wat kan. Natuurlijk is wetenschap op een bepaald niveau te ingewikkeld om uit te leggen aan iemand die niet in dat vakgebied zit. Maar op een ander niveau is het heel simpel: kun je uitleggen dat het doel het middel rechtvaardigt of niet. Is het doel van een onderzoek zo belangrijk dat het acceptabel is dat daar voor een dier wordt gebruikt? Spaart het mensenlevens? Verbetert het de kwaliteit van leven aanzienlijk? Als je dat uit kunt leggen, dan is ook duidelijk waarom dieren ingezet worden. Er zou nog veel meer op die manier naar onderzoeksdoelen gekeken moeten worden.”

Geen getalsfetisjisme

Uiteindelijk zijn de wetenschappers zelf de enige die echt iets kunnen veranderen op dit gebied. Zij zijn degene die de voorstellen maken en zij moeten ook het initiatief nemen om dat anders te doen. Getalsfetisjisme is daarbij wat Brom betreft uit den boze. “Het gaat niet alleen om aantallen, maar juist ook om lijden van dieren. Dat moet geminimaliseerd worden.”

Internationaal

Daarbij speelt volgens Brom ook een internationale dimensie. “Het is niet voldoende om alleen in Nederland het aantal dierproeven te verminderen. Maar het is ook zeker niet de bedoeling om dan de laagste drempel in huis op te zoeken om maar aansluiting te vinden bij de praktijk in andere landen.” De dierethiek in landen zoals China, Afrika en Bolivia is niet dezelfde als hier. “Maar”, weet Brom uit eigen ervaring, “ook daar hebben studenten wel het besef dat dieren geen bakstenen zijn. Daar kunnen we op voortbouwen wat betreft omgang met en inzet van proefdieren. Het is een zaak van lange adem, maar dat moet ons niet weerhouden dat te doen. Net als we bij andere landen blijven hameren op mensenrechten, moeten we dat ook blijven doen wat betreft het verbeteren van de positie van het proefdier.”

Stappen maken

Illustratie interview Frans Brom

“Ik zeg zeker niet dat al het onderzoek met dieren onverantwoord is en morgen moet stoppen”, benadrukt Brom. “Maar als we het er over eens zijn dat het een noodzakelijk kwaad is, dan moeten we ook stappen maken om nog veel meer 3V-alternatieven te vinden en te implementeren. Of we moeten er mee ophouden elkaar te vertellen dat we elkaar vinden in dat uitgangspunt. En als we stappen willen maken, moeten we ook met elkaar durven zeggen waar we heen gaan. Stel een doel en ga daar met elkaar voor. Het gaat er niet om wie gelijk heeft, dierenbeschermers of wetenschappers die dierproeven onvermijdelijk vinden. Het gaat er om dat als je gezamenlijk iets zegt, je ook gezamenlijk iets zult moeten doen.”

.