Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Overheid moet toetsende rol oppakken

Joost Ruitenberg

Joost Ruitenberg, RIVM, Gezondheidsraad, VU en BPRC

“In een ideale wereld zijn dierproeven overbodig”, stelt Joost Ruitenberg. Maar helaas is onze wereld niet ideaal en zijn dierproeven nog steeds nodig om lastige ziekten te begrijpen, vaccins te ontwikkelen of de toxiciteit van stoffen te onderzoeken. Dat is volgens Ruitenberg geen reden om dierproeven als vaststaand gegeven te accepteren. “Het is belangrijk om als maatschappij steeds aan de orde te blijven stellen waar het anders en zonder dieren kan.” Ruitenberg ziet daarbij een duidelijke taak voor de overheid. Die moet industrie en kennisinstellingen blijven prikkelen om 3V-alternatieven te ontwikkelen en in te zetten. Dat vraagt wel inhoudelijke kennis van die overheid om de veiligheid te kunnen toetsen.

Ruitenberg heeft in zijn werk altijd veel te maken gehad met dierproeven. Ook in zijn huidige functies spelen dierproeven een rol. Hij is voorzitter van de commissie van toezicht van het RIVM, voorzitter van het rijksvaccinatie comité van de Gezondheidsraad, emeritus hoogleraar Immunologie Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht, bijzonder hoogleraar Internationale Volksgezondheid Vrije Universiteit en voorzitter van de Raad van bestuur van het BPRC. “Het is eigenlijk wel een spagaat”, vindt Ruitenberg. “Aan de ene kant willen we meer te weten komen over het ontstaan en het genezen en voorkomen van ziekten. Maar juist door het zoeken naar nieuwe kennis op dit gebied, zijn diermodellen nodig. Op basis van in vitro modellen alleen kan nog steeds niet de veiligheid en de werkzaamheid van stoffen vastgesteld worden. En die veiligheid is uiteraard wel van groot belang.”

Niet klakkeloos testen

Illustratie interview Joost Ruitenberg

Het is volgens Ruitenberg nodig om heel kritisch te blijven op de dierproeven die worden gedaan. “Dat voor bijvoorbeeld HIV/AIDS onderzoek proeven worden gedaan met non-humane primaten is belangrijk. Dit soort toponderzoek levert echt nieuwe inzichten op voor het bestrijden van deze ernstige ziekte.” Dat ligt anders bij wat Ruitenberg de meer klassieke dierproeven noemt die al jarenlang worden uitgevoerd voor het testen van de veiligheid van medicijnen en vaccins. “Dit soort testen heeft de afgelopen decennia heel veel waardevolle informatie opgeleverd. Maar we moeten niet klakkeloos blijven testen. We kunnen nu veel beter dan vroeger precies uitzoeken welke dieren en hoeveel we voor welke test nodig hebben. Er zijn inmiddels ook veel nieuwe in vitro technieken die toegepast kunnen worden waardoor er minder dierproeven nodig zijn.”

Geen Nobelprijs

Ruitenberg ziet dat bij testen die wettelijk verplicht zijn in het kader van werkzaamheid en veiligheid van medicijnen en vaccins, er weinig onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden om 3V’s in te zetten. “Voor de industrie is dit soort onderzoek duur en het heeft geen hoge prioriteit omdat ze door het doen van dierproeven aan wettelijke verplichtingen voldoen. Ook wetenschappelijke instituten staan niet te dringen om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van vervanging van dit soort dierproeven.” Ruitenberg heeft daar wel een verklaring voor: “Het type onderzoek waar het om gaat is heel prima en degelijk, maar je gaat er de Nobelprijs niet mee winnen.” De overheid wil wel vermindering van het aantal dierproeven voor de registratie van medicijnen en vaccins. “Dus zou de overheid ook de taak moeten oppakken om voor dit soort onderzoek 3V-alternatieven af te dwingen.”

Kennis

Dat vraagt dan wel kennis van de overheid om te kunnen beoordelen hoe de veiligheid en de werkzaamheid van medicijnen en vaccins gewaarborgd kan worden. Al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw worden bepaalde vaccins in publieke programma's aangeboden.“ Dan zou de veiligheid van die programma's dus ook een publieke zaak moeten zijn. Maar op dit moment is er bij overheidsinstellingen nauwelijks meer kennis over die vaccinatie. Er zijn wereldwijd ongeveer vijf grote industrieën die vaccins produceren. Dat is prima, maar de overheid moet dan wel een toetsende rol kunnen vervullen.” Ruitenberg geeft als voorbeeld de Food and Drug Administration (FDA) in Amerika die een duidelijke boodschap heeft voor de farmaceutische industrie: wij houden jullie nauwlettend in de gaten en we hebben de kennis in huis om jullie het vuur aan de schenen te leggen. “Dat zouden we in Nederland ook moeten doen”, vindt Ruitenberg. “Industrie en wetenschap moeten uitgedaagd worden om veilige medicijnen en vaccins op de markt te brengen waarbij zo min mogelijk dierproeven nodig zijn.”

.