Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Iedereen is medeverantwoordelijk voor dierproeven

Marianne Kuil

Marianne Kuil, Dierenbescherming

Waarom doen we dingen met dieren die we niet met mensen willen doen? Dat was de vraag die Marianne Kuil, vanaf 1998 beleidsmedewerker bij de Dierenbescherming, zichzelf als student stelde. Op haar studiegebied Psychologie werd onderzoek gedaan naar de moeder- kind-relatie en de problemen die daarbij kunnen ontstaan. In Amerika werd daarvoor onderzoek met apen uitgevoerd. Voor Kuil was haar kritische houding ten opzichte van dit soort proeven, het startpunt voor een leven lang opkomen voor proefdieren. “Ook als een product of behandeling nuttig of noodzakelijk is, kan het nog steeds onethisch zijn om bij de ontwikkeling daarvan dieren te gebruiken.”

In haar eerste baan werkte zij aan een module voor het onderwijs om ethische afwegingen bij de inzet van proefdieren te kunnen maken. Om meer te begrijpen van de vakgebieden waar dierproeven werden gedaan, verdiepte ze zich in de ethiek, biologie en de biomedische wetenschap. “Het was binnen de universiteit echt een strijd om het onderwerp bespreekbaar te maken. We bedachten als studentengroep dat we moesten gaan praten met mensen uit het veld. En dat lukte ook. Dat is sindsdien altijd mijn manier van werken geweest: je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar blijf wel met elkaar in gesprek. Alleen dan kan er werkelijk iets veranderen.”

Realistisch en kritisch

Bij de Dierenbescherming houdt Kuil zich als beleidsmaker bezig met dierproeven en 3V-alternatieven (Vervangen, Verfijnen en verminderen). Kuil vertelt dat de Dierenbescherming opkomt voor de belangen van dieren op een realistische en kritische wijze. Wat betreft dierproeven is haar uiteindelijk doel het uitbannen daarvan. Ze wil dat bereiken door onder andere alternatieve onderzoeksmethoden waarbij geen dieren worden gebruikt te bevorderen. Dialoog staat daarbij centraal.

Ketenbenadering

Volgens Kuil is er maatschappelijk gezien te weinig aandacht voor dierproeven. Men is zich niet bewust van het waarom van dierproeven en wat het voor de dieren betekent. “We willen het onderwerp ook binnen de Dierenbescherming meer onder de aandacht brengen. Het is goed als mensen gaan nadenken hierover en ook dat ze inzien dat ze aan het vervangen ervan zelf kunnen bijdragen.” Kuil gelooft wat dat betreft in de ketenbenadering. “Het draait om gezondheid en veiligheid. Dat is waar we allemaal naar streven. Zowel aan het begin als aan het eind van de keten speelt de consument een belangrijke rol: bij de vraag en het gebruik van een goed en veilig product of behandeling. In het tussenstuk van de keten spelen onderzoekers, industrie, overheid, regelgevers, artsen, patiënten, et cetera een rol. Je kunt niet één partij in de keten verantwoordelijk stellen voor alles wat er gebeurt in de hele keten. Iedereen in de keten is deels medeverantwoordelijk voor wat er elders in de keten gebeurt.”

Verantwoordelijkheid

Voor het uitbannen van dierproeven zijn ook alle partijen in de keten nodig. Wetenschappers moeten anders gaan denken over hun wetenschappelijke vragen, de industrie moet investeren in de implementatie van nieuwe dierloze testmethoden en de overheid en regelgevers moeten deze verplicht stellen. Maar de burger, of die nu consument is of patiënt, heeft volgens Kuil ook een verantwoordelijkheid. “Patiënten kunnen een bijdrage leveren door bijvoorbeeld hun lichaamsmateriaal af te staan voor wetenschappelijk onderzoek. Of mensen kunnen op een andere manier betrokken worden bij onderzoek, dat uiteraard veilig en ethisch verantwoord moet gebeuren. Maar het is te gemakkelijk om te zeggen dat dierproeven niet mogen en het dan maar aan andere partijen over te laten om oplossingen te vinden.”

Schijnveiligheid

Zeker wat betreft veiligheidsonderzoek is onderzoek op mensen veel logischer dan onderzoek op dieren,” stelt Kuil. “Al die verplichte veiligheidsonderzoeken met dieren zorgen voor een schijnveiligheid. Dieren blijken helemaal niet zo’n goede voorspeller van effecten in de mens.” Wat Kuil betreft zouden die diertesten verboden moeten worden. “Niet op stel en sprong, maar over tien jaar of zo. En als je dat nu met elkaar afspreekt, is er tijd om te investeren in goede alternatieven. Dat is bij de cosmetica ook gelukt, waar nu een totaal verbod is op dierproeven voor ingrediënten en eindproducten.”

Felle discussie

De pre-klinische en klinische werelden lijken veel te ver uit elkaar te liggen, volgens Kuil. “Die twee zouden elkaar meer moeten omarmen en van elkaar moeten leren hoe het beter kan. Uitgangspunt moet daarbij een betere gezondheidszorg zijn. “Voor mij staan daarbij dierenbelangen voorop. Andere mensen staan voor andere belangen. Dat is prima als je maar met elkaar in gesprek blijft. En ja, soms leveren verschillen in inzicht felle discussies op, maar ook dat hoort er bij.” In die discussies ziet Kuil wel een verschuiving naar anders denken over dieren. “Vroeger kreeg ik regelmatig de reactie ‘och, het is toch maar een dier’. In dat opzicht is er wel een ander beeld ontstaan van dierproeven in de samenleving.”

Data centraal

“Waar ik erg mee bezig ben is het volgende”, zegt Kuil nadenkend. “als je eenmaal in een bepaalde wereld zit, dan draait die ook wel eens te ver door. Dan lijken dingen die als middel bedoeld waren een doel op zich te worden. Ik heb het idee dat dat ook voor dierproeven geldt. Terwijl het zou moeten gaan om hoe je op de beste manier bijvoorbeeld kennis kunt vergaren en veilige en goede producten en behandelingen kunt ontwikkelen. Wat je eigenlijk wilt weten is: Hoe werkt het? Hoe werkt het goed en wanneer niet? Hoe kun je het verbeteren? Uiteindelijk gaat het bij elk onderzoek om data. En die data moet je opslaan, delen en koppelen. Dan kom je verder. Een voorbeeld: publiceren is een doel op zich geworden, terwijl het er eigenlijk om gaat dat verkregen data goed wordt gebruikt. En als je een voldoende overzicht hebt van alle beschikbare data, zie je vanzelf waar nog kennis ontbreekt. Vervolgens moet gezamenlijk gekeken worden naar hoe aanvullende data verzameld kan worden zonder gebruik te maken van historisch vertrouwde diermodellen.”

Vervelende bromvlieg

Illustratie interview Marianne Kuil

Ieder heeft zijn rol en verantwoordelijkheid in de keten, benadrukt Kuil nogmaals. “Ik denk daarbij graag mee om tot oplossingen te komen. Maar ik ben ook de ‘irritante bromvlieg’ die net zo lang blijft doorzeuren tot er iets verandert voor dieren in wetenschappelijk onderzoek. Want uiteindelijk is dat het doel van de Dierenbescherming: geen dierproeven meer.”

.