Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Verrijken maatschappelijk debat over dierproeven en alternatieven nodig om keuzes te kunnen maken

Meggie Pijnappel

Meggie Pijnappel, Radboud Universiteit

Door in de discussie over dierproeven de nadruk te leggen op alternatieven, ontstaat een versimpeld beeld. Dat stelt Meggie Pijnappel, onderzoeker aan de Radboud Universiteit. "Het lijkt of iedereen het met elkaar eens is: dierproeven alleen wanneer er nog geen alternatieven zijn en zoveel mogelijk inzet van alternatieven. Maar de keuze voor een dierproef of een alternatief, ligt veel complexer. Daar spelen allerlei belangen, waarden, normen en maatschappelijke ontwikkelingen een rol. Die worden echter niet expliciet gemaakt. Daardoor ontstaat een onterecht beeld dat het vanzelf goed komt met de invoering van alternatieven. Het is tijd voor een verrijking van het maatschappelijke debat over wat we nu echt willen.”

Pijnappel is bezig met haar promotieonderzoek ‘Maatschappelijke beloften van alternatieven voor dierproeven’. Met de introductie van de term alternatieven lijkt veel gewonnen, vertelt Pijnappel. “Want partijen die eens recht tegenover elkaar stonden, kunnen zich vinden in het streven naar de inzet van alternatieven. Maar inmiddels is de term een veelomvattend begrip geworden, waarbij iedereen zijn eigen beeld heeft van wat dat dan al dan niet inhoudt.” Door die beelden niet uit te wisselen, lijkt het of er rond dit onderwerp nauwelijks spanningen zijn. Maar die spanningen zijn er wel degelijk.

Technisch niveau

Op technisch niveau wordt die discussie nog wel gevoerd, vertelt Pijnappel. “Dat is voor wetenschappers een vertrouwd terrein.” Het gaat dan niet alleen om discussie tussen wetenschappers of een alternatief voldoende betrouwbaar is. Ook de validatie en de acceptatie door regelgevers gebeurd op technisch niveau. Net zoals bij de toekenning van onderzoeksgelden vooral gekeken wordt naar de technische kant van een te ontwikkelen alternatief.”Daarbij wordt voorbijgegaan aan de andere waarden die een rol spelen bij de inzet van dierproeven of alternatieven."

Botsende maatschappelijke waarden

Illustratie interview Meggie Pijnappel

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen tegelijkertijd om meer dierproeven én meer alternatieven. Om deze balans te kantelen richting het gebruik van alternatieven, moeten er volgens Pijnappel duidelijke keuzes worden gemaakt. Pijnlijke keuzes wellicht, die dwingen om uit te komen waar we naar streven als het er op aan komt. Gaat het uiteindelijk om kennisvermeerdering, economische vooruitgang, het creëren van veiligheid, vermindering van proefdiergebruik of om gezondheid en genezing als hoogst haalbare? Door keuzes te maken, maak je duidelijk waar je staat en dat kan weerstand oproepen.

Te ingewikkeld

Het publieke debat wordt bij het uitspreken van dergelijke (botsende) maatschappelijke waarden nauwelijks aangegaan. Vanuit de wetenschap wordt vaak gezegd dat die discussie niet te voeren is, omdat het te ingewikkeld is voor de meeste mensen. Dat klopt wat betreft de technische invulling van dierproeven en alternatieven. Maar dat klopt niet wat betreft de fundamentele vragen over wat we als samenleving willen nastreven. Dat is juist een vraag die Pijnappel interessant vindt. Ze is betrokken bij het ‘CSG Centre for Society and the Life Science’, een samenwerking tussen tien universiteiten en kennisinstellingen. Het onderzoek dat daar wordt gedaan richt zich op de relatie tussen de samenleving en life science onderzoek. Wat betreft dierproeven en alternatieven ontstaat de botsing juist in de interactie tussen wetenschap en de maatschappij. Veel mensen accepteren dierproeven wel voor onderzoek naar ziekten en medicijnen. Maar dierproeven voor life style gerelateerd onderzoek of ouderdomsonderzoek, liggen al gevoeliger. Mensen laten zich daarbij niet leiden door alleen wetenschappelijke overwegingen, maar juist ook door andere waarden en emoties.

Beloften en verwachtingen

Het klopt volgens Pijnappel ook wel dat er in de maatschappij een vertekend beeld bestaat van wat er mogelijk is met alternatieven. “Maar dat is een beeld dat het veld mede zelf heeft opgeroepen door alsmaar te wijzen naar alternatieven.” Professionals weten dat het niet alleen om vervanging gaat, maar ook over vermindering en verfijning en dat het ook betrekking heeft op het meer fundamentele onderzoek. De gemiddelde Nederlander denkt bij alternatieven echter aan 1 op 1 vervanging van een dierproef. Er is daarbij het idee dat het om een lineair proces gaat. Maar de werkelijkheid is heel veel complexer. Alle partijen in het veld hebben bijgedragen aan de maatschappelijke belofte dat door de investering in alternatieven het aantal dierproeven ook direct zal dalen. Die belofte creëert verwachtingen die moeilijk te toetsen zijn en geen recht doen aan de complexiteit van het onderwerp.

Geen win-win

Daarbij worden 3V-alternatieven ook vaak gepresenteerd als een win-win situatie. Ook dat ligt volgens Pijnappel complexer. ”De ethische kwestie rond het gebruik van dierproeven verschuift naar de achtergrond. Andere waarden zoals gezondheid en veiligheid zijn belangrijker geworden.” Wat Pijnappel betreft zou de discussie rondom openheid zich niet moeten beperken tot de vergunninghouders. “Ook wat betreft besluitvormingsprocessen zou meer openheid moeten zijn. Welke argumenten spelen eigenlijk een rol bij de keuzes die gemaakt worden?” Ook de expliciete, maar relatief geringe, financiering van alternatieven en de eisen die daar aangesteld worden, roepen bij Pijnappel vragen op. “Hoe doeltreffend is de investering in alternatieven? Bereiken we alle mensen die we zouden moeten bereiken?””

Van simpel naar complex beeld

In de discussie over proefdiergebruik en alternatieven valt volgens Pijnappel nog veel te winnen. “We moeten af van die schijnbare overeenkomst waarmee alle partijen elkaar in de greep houden.“ En het is ook belangrijk dat alle betrokken partijen die discussie aan willen gaan. “Onderzoekers en de industrie wijzen vaak naar de overheid om te communiceren over nut en noodzaak van dierproeven. Dat klopt ook wel. Maar dat neemt niet weg dat alle andere parijen ook een eigen verantwoordelijk hebben om bij te dragen aan de discussie. Van een simpel beeld van dierproeven en alternatieven, moeten we naar een meer realistisch en complex beeld van de werkelijkheid. Pas als waarden en normen worden uitgesproken, kunnen echte keuzes gemaakt worden.”

Meggie Pijnappel voert haar promotieonderzoek uit bij de Radboud Universiteit Nijmegen aan het CSG Centre for Society and the Life Sciences, een onderdeel van het Netherlands Genomics Initiative (NGI). Zij wordt hierin begeleid door Prof. Dr. Hub Zwart en Dr. Willem Halffman.

.