Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

"Geen uitzondering maken voor cosmetica"

Vera Rogiers

Vera Rogiers, Vrije Universiteit Brussel

Bescherming van de gezondheid van mensen is de reden voor de vele testen die uitgevoerd worden voor geneesmiddelen, chemische stoffen, voedingsmiddelen en cosmetica. Voor die testen zijn nog steeds dierproeven nodig. Dat wordt geaccepteerd voor geneesmiddelen, chemische stoffen en stoffen in voedingsmiddelen, omdat in vitro methoden nog niet zo ver ontwikkeld zijn dat ze de effecten in levende organismen kunnen voorspellen. Voor cosmetica wordt een uitzondering gemaakt: in het kader van de Europese Cosmeticarichtlijn worden per 2013 alle dierproeven verboden voor het testen van ingrediënten voor cosmetische producten. Vera Rogiers, professor en hoofd Unit ‘Toxicology, Dermato-Cosmetology and Pharmacognosy’ aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), vindt dat onbegrijpelijk. “Begrijp me goed, ik ijver al jaren voor de toepassing van 3V-alternatieven, maar ik vind het onzin om één domein in een uitzonderingspositie te plaatsen. Ofwel je verbiedt dierproeven omdat er een wetenschappelijk-gefundeerd alternatief bestaat en je past dat toe in alle domeinen, ofwel je past dat in geen enkel domein toe. ”

Het is zo gemakkelijk gezegd dat dierproeven voor cosmetica overbodig zijn. Het idee daarbij is dat er al genoeg cosmetische producten zijn. Bovendien zijn dit soort producten een luxe, dus daar hoeven zeker geen dierproeven voor gedaan te worden. Ook wordt vaak beweerd dat alles al lang in vitro getest kan worden. Dat laatste is volgens Rogiers onzin. “We werken er aan, maar we zijn nog niet zo ver.” Daarbij klopt volgens Rogiers ook het beeld dat de meeste mensen van cosmetica hebben niet. “Mensen denken dan aan kleurtjes en aan vrouwen met fel rood gestifte lippen . Maar cosmetica is zo veel meer.” Er zullen weinig mensen zijn die geen cosmetische producten gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan shampoo, douchegel, tandpasta, scheerschuim, zonnecrème, deodorant en dagcrème. “Voor al deze producten geldt dat ze gemakkelijk verkrijgbaar zijn en dat iedereen, van klein tot groot, ze vrijelijk kan gebruiken. Dan wil je toch zeker weten dat bij het gebruik van deze producten geen schadelijke neveneffecten optreden?”

Vage grens

Illustratie interview Vera Rogiers

Daarbij is de grens tussen cosmetica en een geneesmiddel ook niet altijd duidelijk, vindt Rogiers. Bijvoorbeeld bij mensen met de huidaandoening vitiligo verdwijnt pigment uit de huid. De witte vlekken die dan op de huid ontstaan moeten vanwege verbrandingsgevaar ingesmeerd worden met een zonnecrème met een zeer hoge beschermingsfactor. Is die zonnecrème dan puur cosmetisch? Ook kunnen mensen met vitiligo witte vlekken in hun gezicht krijgen. Sommige mensen hebben het daar psychisch moeilijk mee. In een kliniek kunnen die mensen leren om met foundation de witte vlekken te camoufleren. De foundation is geen geneesmiddel, maar het helpt wel voor het psychische welbevinden van mensen. Volgens Rogiers ontstaan door de Europese Cosmeticarichtlijn ook vreemde situaties. “Zo zou een UV-filter die gebruikt wordt in een autolak na 2012 nog wel getest kunnen worden op dieren als er geen goede alternatieve test voorhanden is. Bijvoorbeeld om de onschadelijkheid voor de arbeiders op de werkplaats te garanderen. Maar een UV-filter die gebruikt wordt in een zonnecrème, mag niet meer getest worden op dieren. Terwijl de zonnecrème over het hele lichaam uitgesmeerd wordt en de ganse dag aanwezig blijft en de autolak als het goed is nauwelijks met de menselijke huid in aanraking komt.”

Per domein valideren

Rogiers is van mening dat er kritisch gekeken moet worden naar de zin van de testen die er zijn. “We hebben een gamma aan testen en we moeten goed kijken wat we hebben en welke waarde we daaraan hechten. Het lastige is dat er in Europa sprake is van verticale wetgeving op veel terreinen, maar voor 3V-alternatieven is gekozen voor horizontale wetgeving. Dan zou je voor heel uiteenlopende producten die een heel ander toepassingsgebied hebben, dezelfde testen moeten doen. Zo werkt dat niet.”

Advies voor uitstellen

Rogiers staat niet alleen in haar mening dat ook voor cosmetica nog niet alle testen in vitro gedaan kunnen worden. In Nederland heeft het RIVM in opdracht van het ministerie van VWS onderzoek gedaan naar de consequenties van de invoering van de Cosmeticarichtlijn. Het RIVM heeft naar aanleiding daarvan het advies gegeven om de invoering uit te stellen. De acceptatie en implementatie van alternatieve testen in internationale regelgeving voor regulatoir vereiste kwantitatieve risicobeoordeling is nog niet ver genoeg gevorderd. Bovendien zijn voor toxicokinetiek, toxiciteit na herhaalde blootstelling en reproductietoxiciteit nog geen adequate proefdiervrije methoden beschikbaar voor het vaststellen van veiligheid van cosmetica-ingrediënten. De komende vijf tot tien jaar verwacht het RIVM veel vooruitgang op dit gebied.

Beeldvorming

“Mij wordt verweten dat ik de cosmetica industrie verdedig”, vertelt Rogiers. “Terwijl diezelfde cosmetica industrie mij als lastpak ziet omdat ik ze al jarenlang zeer kritisch volg. Vanuit wetenschappelijk oogpunt kan ik echter niet verdedigen dat er voor één domein een uitzondering gemaakt wordt.” Rogiers ziet dat cosmetische bedrijven in de beeldvorming worden neergezet als gewetenloze bedrijven die vóór dierproeven zijn. “Dat is onzin. Natuurlijk willen commerciële bedrijven geld verdienen met hun producten, het zijn immers geen charitatieve instellingen.” En om geld te verdienen moeten producten ontwikkeld worden waar de consument voor wil betalen: dus tandpasta voor nog wittere tanden, een crème die rimpels minder zichtbaar maakt of een deodorant die zorgt voor een nog frisser gevoel. Door de Cosmeticarichtlijn kunnen bedrijven in Europa vanaf 2013 geen producten meer op de markt brengen met nieuwe ingrediënten die wat veiligheid betreft nog niet in vitro getest kunnen worden. “Buiten Europa gelden die regels niet. Dus ik ben bang dat de cosmetische industrie in Europa hieronder ernstig zal lijden. Dat vind ik niet goed. Waarom wel accepteren dat er nog onvoldoende alternatieve test voor handen zijn voor andere domeinen, maar niet voor cosmetica? Beter is het om gezamenlijk met alle domeinen te werken aan het zo snel mogelijk ontwikkelen en implementeren van alternatieve testen.” Rogiers is van mening dat de achtergrond van de Europese wetgeving op het gebied van cosmetica te weinig wetenschappelijk en teveel politiek geïnspireerd is. Het is een onderwerp waar iedereen het zonder al te veel kennis van zaken zo lekker over eens kan zijn: dierproeven voor cosmetica zijn echte onzin. Maar de werkelijkheid ligt volgens Rogiers heel wat gecompliceerder en daar wil zij als wetenschapper graag aandacht voor vragen.

Gerust hart

Net zoals zij vanuit de VUB en via de ESAC (Scientific Advisory Board of European Centre for Validation of Alternative Methods, ECVAM) en de SCCS (Scientific Committee on Consumer Safety) aandacht blijft vragen voor de ontwikkeling van in vitro modellen die diermodellen kunnen vervangen voor farma-toxicologische doeleinden. Zo wordt er ook vanuit de VUB onderzoek gedaan naar het gebruik van niet-invasieve methoden bij het vaststellen van de effectiviteit van dermatologische- cosmetische producten. Daarbij gaat speciale aandacht naar de barrièrefunctie van de huid. “Uiteindelijk gaat het er om dat mensen met een gerust hart producten die op de markt zijn kunnen gebruiken, omdat goed onderzocht werd dat ze niet schadelijk zijn voor de gezondheid en liefst ook effectief werken ,”stelt Rogiers.

.