Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

"Verfijning en Vermindering zijn ook heel belangrijk"

Coenraad Hendriksen

Coenraad Hendriksen en Iris Boumans(projectmedewerker Humane Eindpunten Project) met ZonMw parel

In juli 2012 kreeg Coenraad Hendriksen een ZonMw Parel voor zijn baanbrekende werk op het gebied van alternatieven voor dierproeven. De onderzoeker bij het Nederlands Vaccin Instituut, hoogleraar Alternatieven voor Dierproeven aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en adviseur van het NKCA, ontwikkelde een CD-rom en een interactieve website om mensen die met proefdieren werken te stimuleren tot humanere alternatieven voor dierproeven, onder andere voor de voorgeschreven tests rond de werkzaamheid en veiligheid van vaccins.

Veel van die tests meten het aantal proefdieren dat overlijdt nadat ze, na toediening van verschillende doseringen van een vaccin, zijn blootgesteld aan het virulente micro-organisme. De dagen vlak voor hun dood zijn zeer belastend. In plaats van sterfte te als eindpunt te gebruiken, is het, aldus Hendriksen, beter en menselijker om te kijken naar een aantal klinische verschijnselen die de dood van het proefdier aankondigen. Dat zijn bijvoorbeeld een verlaagde lichaamstemperatuur en gewichtsverlies. Het onderzoek van Hendriksen en een aantal buitenlandse collega’s heeft geleid tot enkele betrouwbare criteria die de sterfte van een dier met zekerheid voorspellen en die kunnen worden gebruikt om een dier uit het experiment te halen, af te maken en te registreren als ‘gestorven’. Deze ‘humane eindpunten’ voorkomen ernstig ongerief bij een deel van de vaak ruim honderd dieren die in zo’n experiment worden blootgesteld aan een ziektekiem.

Verfijning

Deze ‘humane eindpunten’ vallen onder één van de 3V’s voor alternatieven voor dierproeven: Verfijning. Waar nog geen Vervanging mogelijk is wordt met Verfijning en Vermindering gestreefd naar het optimaliseren van het welzijn van de dieren en het minimaliseren van pijn en ongerief. “Verfijning is niet de meest populaire van de 3 V’s”, geeft Hendriksen toe. “Maar in mijn beleving wel een belangrijke. Ik heb diergeneeskunde gestudeerd en het motto van onze beroepsgroep is ‘Tot heil van mens en dier’. Als je kijkt naar dierproeven, komen dieren daar bekaaid van af. Daar wil ik iets aan doen. Je kunt wel al het beschikbare geld en onderzoek steken in Vervanging, maar dan zeg je eigenlijk tegen dieren die nu in het lab zitten ‘bekijk het maar’. De realiteit is dat voorlopig nog niet alle dierproeven voor onderzoek naar de werking van geneesmiddelen en vaccins vervangen kunnen worden door diervrije proeven. Dus is het belangrijk om ook aan de andere 2V’s voldoende aandacht te geven.”

Wereld van verschil

Illustratie intervie Coenraad Hendriksen

Hendriksen kreeg ongeveer 30 jaar geleden na zijn studie in zijn eerste baan te maken met dierproeven. “Ik zag het nut van de proeven wel in, maar het werken met proefdieren vond ik niet leuk. Dus ging ik de discussie aan hoe we met proefdieren omgingen. En ik ging op zoek naar hoe dat anders kon.” Volgens Hendriksen was de praktijk van 30 jaar geleden een wereld van verschil met de praktijk van vandaag de dag. “Onderzoekers moeten tegenwoordig heel goed motiveren waarom en met welk doel ze dierproeven willen uitvoeren volgens een vast protocol. Een onafhankelijke DierExperimentenCommissie (DEC) beoordeelt of het nut van experiment wel opweegt tegen het ongerief dat het dier zal ondervinden. Dierproeven zijn dus zeker niet vanzelfsprekend meer. Dat heeft te maken met een andere kijk op dierwelzijn, maar ook met de niet altijd even betrouwbare uitkomsten en de hoge kosten voor dierproeven.”

Veiligheidseisen

De mogelijkheden van computertechnologie in diervrije modellen nemen enorm toe. Ook celkweek biedt steeds meer een alternatief voor dierproeven. Maar tegelijkertijd worden de eisen die aan de veiligheid van geneesmiddelen en vaccins gesteld worden steeds groter. Bijwerkingen worden nauwelijks geaccepteerd, zelfs als ze relatief onschuldig zijn. Dat vraagt weer veel testen waarbij dierproeven vooralsnog onvermijdelijk zijn. “Uiteindelijk is het een keuze die de maatschappij en de politiek moet maken. Als we echt geen dierproeven meer willen, moet duidelijk worden welk onderzoek geschrapt kan worden en welke risico’s we willen nemen. Maar die keuzes worden niet gemaakt. Al met al is het dierproefdossier niet iets om mee te scoren. Je doet het eigenlijk nooit goed. Maar door er dan maar je mond over te houden, maak je het alleen maar erger. We moeten met elkaar wel de discussie aan durven gaan. En zolang de maatschappij kiest voor onderzoek waar nu nog dierproeven voor nodig zijn, moeten mensen die werken met dieren in laboratoria zich daar niet voor hoeven te schamen.”

Budget goed verdelen

Hendriksen is van mening dat we in Nederland goed bezig zijn wat betreft alternatieven voor dierproeven. “De overheid vindt het 3V-beleid belangrijk, instellingen zoeken actief naar alternatieve modellen en er is ook geld voor beschikbaar. Meer geld zou de ontwikkeling kunnen versnellen, maar ik ben er van overtuigd dat onderzoekers altijd zoeken naar het beste model en dat zal steeds minder een diermodel zijn.” Punt van aandacht vindt Hendriksen wel dat het beschikbare geld goed verdeeld moet worden. “Er wordt vooral veel geïnvesteerd in toegepast toxicologisch onderzoek. Dat is prima, maar het fundamenteel onderzoek moet niet vergeten worden. Daar komen nieuwe ideeën opborrelen. Als je vooral investeert in toegepast onderzoek, dan droogt de bron op een gegeven moment op.” Bovendien wordt het grootste deel van de dierproeven in fundamenteel onderzoek gedaan, dus daar valt nog veel winst te halen. Dat gaat niet van het ene jaar op het andere. Het zogenaamde laaghangend fruit is al lang geplukt. “Wat vandaag ontwikkeld is, zal pas over tien jaar opgenomen worden in de regelgeving en bruikbaar zijn in de praktijk. Alles wat we vandaag nog niet weten en waar nog fundamenteel onderzoek voor nodig is, duurt nog veel langer voor het toegepast wordt in de praktijk. Een kwestie van tijd dus, maar we zijn op de goede weg.”

.