Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Onderzoek naar effecten in levend organisme blijft nodig

Hans Clevers

Hans Clevers, president KNAW, UU, UMC Utrecht en Hubrecht Instituut KNAW

Wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde met diermodellen, leidt juist ook naar diervrije onderzoekmodellen, weet Hans Clevers vanuit zijn eigen onderzoek. Hij doet onderzoek naar onder meer de gezonde en zieke darm. Hij ontdekte de overeenkomsten tussen de normale vernieuwing van darmweefsel en het ontstaan van darmkanker. Clevers beschreef de moleculaire signaalroutes die bij kanker worden verstoord en vond een eiwit dat specifiek is voor stamcellen in de darm. Hij wist vervolgens uit individuele stamcellen ‘minidarmpjes’ te kweken. In januari van 2013 realiseerde Clevers een volgende doorbraak door de ontdekking van de stamcel van de lever. Clevers: “Een groot deel van het lab werkt inmiddels met gekweekte organen in plaats van met levende dieren. Het ontwikkelen van dit soort nieuwe onderzoekmodellen is niet iets dat je los kunt doen. Het is juist integraal onderdeel van het eigen onderzoek. Dan weet je precies waar het beter, sneller, goedkoper en zonder dieren kan.”

Voorop staat volgens Clevers dat geen enkele onderzoeker graag dierproeven doet. “Uiteraard spelen daarbij ethische argumenten een belangrijke rol. Los daarvan zijn dierproeven duur en zijn ze moeilijk en langdurig. Maar het is volgens mij wetenschappelijke arrogantie om te denken dat je achter een computer of met een bakje cellen precies kunt weten wat een levend organisme doet. Dierproeven zijn het sluitstuk van een project om te testen of de veronderstellingen steek houden in een levend organisme.”

Belangrijke bijdrage

Clevers is president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij combineert dat met zijn hoogleraarschap moleculaire genetica aan de Universiteit Utrecht en zijn onderzoekswerk bij UMC Utrecht en het Hubrecht Instituut van de KNAW. Clevers won voor zijn onderzoek naar onder meer de gezonde en zieke darm tal van prijzen, waaronder in 2013 de nieuwe Breakthrough Prize in Life Sciences. De prijs beloont buitengewone prestaties in het wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde. De prijs is ingesteld door een aantal succesvolle ondernemers van onder andere Apple, Google en Facebook, die de prijs beschouwen als de Nobelprijs van de 21ste eeuw. Om nieuwe behandelmethoden voor kanker te kunnen ontwikkelen, is een beter begrip van het ontstaan en de ontwikkeling ervan cruciaal. Clevers’ onderzoek levert daar een belangrijke bijdrage aan.

Geen simpele regels

Dat onderzoek kan nog lang niet zonder dierproeven, misschien wel nooit, verwacht Clevers. Dierproeven worden wel steeds minder 'invasief'. “Met alleen losse puzzelstukjes heb je geen zicht op de hele puzzel. Je kunt alleen dingen in een computer programmeren die je al weet. In de hele evolutie zag het ontwikkelende leven zich voor allerlei uitdagingen geplaatst. Door toevallige veranderingen aan het DNA, gevolgd door selectie, ontstonden niet te voorspellen oplossingen. Zo konden waterdieren het land op. Mensen hebben benen ontwikkeld om rechtop te kunnen lopen. Maar in plaats van benen hadden we ook iets heel anders kunnen ontwikkelen om ons voort te bewegen. Er zijn geen diepere of simpele regels hoe levende organismes zich ontwikkelen en zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Daarom blijft onderzoek aan een levend organisme nodig. Nog iets wat belangrijk is: de resultaten van alle onderzoeken, in vivo en in vitro, moeten goed opgeslagen worden en toegankelijk zijn voor nieuwe onderzoeken, zodat er geen onnodige herhalingen van proeven nodig zijn.”

Onder de indruk

Omdat Clevers veel betrokken is bij onderzoek in het buitenland, kan hij goed vergelijken. “Ik ben echt onder de indruk van het Nederlandse systeem. Hier is niet alleen goed oog voor de kwaliteit van de wetenschap, maar ook voor het welzijn van dieren die ingezet worden voor wetenschappelijk onderzoek. In vergelijking met andere landen worden hier ook echt veel minder dierproeven gedaan.” Clevers vindt de rol van de artikel 14-functionaris belangrijk in dat proces. “Er wordt wel eens gezegd dat een DEC-aanvraag een wassen neus is omdat die aanvraag altijd goedgekeurd wordt. Maar daar ben ik het niet mee eens. Doordat voor de aanvraag de artikel 14 functionaris is betrokken, worden er geen aanvragen gedaan voor dierproeven als die te vermijden zijn of als de proef uitgevoerd kan worden met minder dieren of met minder ongerief voor de dieren.” Clevers hoopt dan ook dat met de implementatie van de ‘Europese richtlijn voor dieren die gebruikt worden in het wetenschappelijk onderzoek ‘ in de nationale wetgeving, de goede dingen van de huidige wetgeving op dit gebied niet verloren gaan. Dat het KNAW niet nauw betrokken is bij het hele proces van de nieuwe wetgeving vindt Clevers jammer. “Wij hadden graag onze bijdrage geleverd omdat wij als geen ander de balans proberen te vinden tussen kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek en dierenwelzijn.”

Ontwikkelingen dankzij dierproeven

“Natuurlijk zijn er altijd voorbeelden te vinden van wat in een dierproef lijkt te werken, bij een mens helemaal niet werkt. Maar het is ook arrogant om te stellen dat een dier heel verschillend is dan een mens”, vindt Clevers. “In veel opzichten lijken mensen en dieren erg op elkaar. Heel veel geneesmiddelen en behandeltherapieën zouden er niet geweest zijn zonder dierproeven. Kijk bijvoorbeeld naar Alzheimeronderzoek waarbij je alleen relevant onderzoek in de mens kunt doen. Daar is helaas weinig vooruitgang. Terwijl in onderzoeken naar bijvoorbeeld het ontstaan en genezen van darmkanker wel belangrijke doorbraken zijn geweest, ook dankzij onderzoek met dierproeven.”

Minder belastend

Illustratie interview Hans Clevers

Hoewel dierproeven volgens Clevers voorlopig nog nodig zijn, worden die proeven wel steeds minder belastend voor het dier. “Net als bij mensen waar vroeger ingewikkelde en belastende kijkoperaties nodig waren, daar kan nu worden volstaan met een MRI of een PET scan. Op die manier zal ook steeds meer onderzoek op dieren plaats gaan vinden. Zonder dat er belastende handelingen aan te pas komen kan een dier zo lange tijd gevolgd worden.” Dat is wat Clevers betreft ook precies het doel: dierproeven zo veel mogelijk beperken en ze zo optimaal mogelijk doen zodat het dier zo min mogelijk belast wordt. “Dat doen we in Nederland al goed en dat moeten we ook blijven doen."

.