Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Inzet proefdieren vraagt integraal afwegen van belangen

Martje Fentener van Vlissingen

Martje Fentener van Vlissingen EMC Rotterdam

In de Europese cultuur staat de zorg voor dieren hoog op de agenda. Dat is een groot goed, vindt Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Die zorg voor dieren staat ook centraal bij dieren die voor onderzoek worden gebruikt. “Ik heb respect voor dierverzorgers en onderzoekers die met eindeloos geduld en zorgvuldigheid met dieren omgaan.” De zorg voor proefdieren is in Nederland volgens Fentener van Vlissingen echt goed. Dat de dieren voor proeven worden gebruikt, schept wel dilemma’s.

Fentener van Vlissingen ziet vooral de jongere generatie onderzoekers bewust omgaan met de ethische aspecten van de inzet van proefdieren. Als het mogelijk is wordt onderzoek zonder dieren gedaan. En bij onderzoeken die wel met dieren gebeuren, gaat dat zorgvuldig. Voordat het onderzoek uitgevoerd kan worden zijn er veel mensen die daar kritisch naar kijken. Een onderzoeker moet dus wel met een goed onderbouwd voorstel komen om al die mensen te overtuigen. Ook de ethische argumenten komen uitgebreid aan de orde bij de ethische toets. Fentener van Vlissingen ziet een toenemende maatschappelijke vraag of onderzoek niet anders en zonder dieren kan.

Overzicht

Er zijn al veel andere onderzoeksmethoden in gebruik en in ontwikkeling, vertelt Fentener van Vlissingen. Lang niet altijd worden die als een alternatief voor dierproeven benoemd. Innovatieve onderzoeksmethoden worden, als ze succesvol zijn, graag ingezet door onderzoekers. Het is daarbij heel moeilijk om zicht te krijgen op de ontwikkeling van succesvolle onderzoeksmethoden waarbij geen dieren worden gebruikt. Deze worden snel geïmplementeerd en vaak niet benoemd als een alternatief voor dierproeven. “Als directeur van het dierexperimenteel centrum merk ik het wel als onderzoekers niet meer bij ons komen met vragen voor onderzoek met proefdieren, maar ik weet niet altijd of dat komt door een gewijzigde aanpak van het onderzoek. Soms lijkt het wel of er vooral gepraat wordt over wat allemaal niet lukt op het gebied van vervangingsalternatieven. Maar volgens mij gebeurt er op dat gebied al heel veel, vaak zonder dat het zo benoemd wordt of uitgebreid in de belangstelling staat.”

Minder dieren

Juist om inzichtelijk te maken wat wel lukt, zou het goed zijn om in kaart te brengen wat er de afgelopen drie tot vijf jaar aan succesvolle 3V-alternatieven is ontwikkeld. “Het zal zeker tijd en moeite kosten om zoiets op te zetten,” verwacht Fentener van Vlissingen. “Maar het is zeker de moeite waard om dat te doen.” Uit de statistieken kan je opmaken dat in sommige onderzoeksgebieden steeds minder dierproeven worden gedaan terwijl er niet minder onderzoek wordt gedaan, onder andere bij kankeronderzoek. Volgens Fentener van Vlissingen is het is de moeite waard om na te gaan wat de achtergrond daarvan is en of die iets leert wat je kunt gebruiken bij andere onderzoeksgebieden.

Beter leven

Verklaarde tegenstanders van dierproeven schetsen vaak gruwelijke voorstellingen van wat er met dieren in onderzoek wordt gedaan, stelt Fentener van Vlissingen. “ Het dierenwelzijn is echter voortdurend onderwerp van aandacht. Inderdaad heeft een deel van de dieren last van wat in juridisch kader aangemerkt wordt als ‘ernstig ongerief. Dat percentage is in Nederland de afgelopen tien jaar afgenomen van bijna zes procent in 2001 tot minder dan vier procent in 2011.” In Nederland wordt het ook een dierproef genoemd als een dier wordt gedood voor onderzoek op organen. Het dier heeft dan bij leven geen enkel onderzoek ondergaan en wordt op een pijnloze manier gedood. Dat is vergelijkbaar met dieren die gedood worden voor consumptie. Hoewel die vergelijking volgens Fentener van Vlissingen niet helemaal op gaat. “Proefdieren hebben in het algemeen een beter leven dan dieren in de vleesindustrie.” Dit komt onder andere omdat de voorschriften voor huisvesting en verzorging van proefdieren gebaseerd zijn op kennis over de natuurlijke behoeften van de dieren. Fentener van Vlissingen verwacht dat er de komende jaren steeds verfijndere technieken voor onderzoek komen. Daardoor zal het welzijn van dieren, ook bij onderzoek waar nu nog sprake is van ernstig ongerief, verder verbeteren.

Belangen afwegen

Illustratie interview Martje Feneter van Vlissingen

Bij de maatschappelijke discussie worden dierproeven uit de context gehaald. Aan het doel van het onderzoek, zoals gezondheid en veiligheid, wordt nauwelijks aandacht besteed. Volgens Fentener van Vlissingen moet je juist steeds integraal de belangen tegen elkaar afwegen. “En al die mensen die onderzoek doen, mogen ook wel eens een schouderklopje krijgen voor alles wat er is bereikt.” Er zijn volgens haar maar weinig mensen die doorvragen over de herkomst van medicijnen en therapieën. “Die zijn allemaal ontwikkeld met dierproeven.”

Open

Juist omdat het zo’n gevoelig onderwerp is, vindt Fentener van Vlissingen het belangrijk om open te zijn over nut en noodzaak van dierproeven. “Vanuit Erasmus UMC geven we al jarenlang uitleg over wat we doen en waarom.” Hoewel het niet altijd gemakkelijk is heeft Fentener van Vlissingen nooit spijt van die openheid. “Ik zie ook wel dat het gewaardeerd en gerespecteerd wordt. “ Zij heeft zelf ook te maken gehad met bedreigingen van dierenactivisten. “Dat komt hard binnen, vooral vanwege het verwijt dat je geen oog zou hebben voor dierenbelangen.” Erger is dat vanuit terechte angst, mensen en organisaties liever niet vertellen dat ze onderzoek met proefdieren doen. De discussie kan nog steeds niet vrij van die druk gevoerd worden en dat past niet binnen een open democratie.”

Ingewikkelde verhouding

De relatie tussen mens en dier is heel ingewikkeld, vindt Fentener van Vlissingen. Aan de ene kant worden huisdieren gekoesterd en aan de andere kant eten we met smaak vlees. We houden exotische dieren in dierentuinen voor educatieve doeleinden en zonder dergelijke educatie wordt de afstand tussen mens en dier groter. We gebruiken proefdieren voor de veiligheid en gezondheid van mens, dier en milieu. Het heeft weinig zin om te praten in termen van goed en slecht. “Er is geen eenvoudige oplossing. Dat gaat over hoe wij ons verhouden tot dieren en dus ook tot dieren die voor onderzoek worden gebruikt. Uiteindelijk gaat het om het afwegen van belangen waarbij het dierenbelang in Nederland gelukkig zwaar weegt, zwaarder dan in veel andere landen.”

.