Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Proefdieronderzoek moet nooit vanzelfsprekend zijn

Sue Gibbs

Sue Gibbs, VU Medisch centrum en ACTA

Tijdens haar studie en werk op het vakgebied van regeneratieve geneeskunde heeft Sue Gibbs, als professor verbonden aan het VU Medisch centrum en ACTA (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam), nooit met proefdieren gewerkt. “Ik heb me altijd gericht op in vitro methodes. Bij mijn onderzoek naar huid en mondslijmvlies is dat heel goed mogelijk. Het is zeker een bewuste keuze. Tijdens mijn promotieonderzoek stelde mijn begeleider voor om diermodellen te gebruiken. Dat heb ik geweigerd en ik heb modellen gevonden om dat onderzoek zonder dieren te doen.” Gibbs vindt het belangrijk dat niet te snel gekozen wordt voor onderzoek met proefdieren. “Er zijn zeker onderzoeken waarbij proefdieren nodig zijn omdat er geen goede alternatieven zijn. Maar de keuze voor in vivo onderzoek moet nooit vanzelfsprekend zijn.”

De regeneratieve geneeskunde richt zich op het herstellen van zieke organen door eigen lichaamsweefsel en het ontwikkelen van nieuwe organen buiten het lichaam voor transplantatie of voor onderzoek. In dat laatste geval zijn minder proefdieren nodig omdat op humaan gekweekte organen getest kan worden. Gibbs doet onderzoek naar huid en mondslijmvlies. Daarbij richt ze zich op onbehandelbare medische problemen als therapieresistente huidzweren (ulcers) en littekens bij derdegraads verbrandingen. Daar spelen naar aanleiding van klinische observaties vragen als: waarom genezen ernstige wonden op de huid vaak met veel littekenvorming terwijl mondgenezing meestal zonder littekens verloopt? Waarom wil genezing van de huid soms echt niet lukken terwijl het in de mond meestal voorspoedig gaat? Met behulp van fysiologisch relevante humaan gekweekte orgaanmodellen probeert Gibbs antwoord op deze vragen te krijgen. Daarmee laat ze ook zien dat het zeer goede alternatieven zijn voor het gebruik van proefdieren: van in het lab ontwikkelde ernstige littekens (hypertrofie) tot huid met immuunsysteem op een chip in de toekomst.

Beter

Er zijn volgens Gibbs al veel in vitro assays ontwikkeld op het gebied van wondgenezing. Maar het totale pakket gevalideerde assays is nog niet toereikend om proefdieren bij onderzoek op dit gebied helemaal te vervangen. De assays richten zich niet alleen op Vervanging, maar ook op Verfijning en Vermindering (3V-alternatieven voor proefdieren). In haar eigen onderzoek werkt Gibbs vooral met klinische trials. “Op het gebied van wondgenezing is onderzoek met dieren niet zo zinnig. Het immuunsysteem van een muis verschilt zoveel van dat van een mens, dat onderzoek bij proefdieren weinig zegt over wondgenezing bij mensen.” Volgens Gibbs blijkt ook uit Europees onderzoek dat op het gebied van regeneratieve geneeskunde humane modellen beter zijn dan modellen met muizen. Toch zijn veel van die diermodellen nog steeds de gouden standaard bij onderzoek. Dat verbaast Gibbs: “Het ontwikkelen van een tumor duurt bij een mens jaren. Wat zegt het dan om tumorontwikkeling bij een muis een aantal weken te volgen? Dat geeft weinig inzicht in mogelijke therapieën voor de mens.” Gibbs heeft wel eens het gevoel dat er te vanzelfsprekend in vivo onderzoek wordt gedaan. “Het wordt vaak een soort administratieve afhandeling waarbij zaken worden afgevinkt zonder goed na te denken wat zo’n onderzoek nu nog echt oplevert.”

Tijd

De terughoudendheid van regelgevers om nieuwe assays te valideren begrijpt Gibbs wel. “Regelgevers staan voor de veiligheid van mensen, dieren en milieu. Daar willen ze terecht geen onnodige risico’s in nemen.” Het verwijt dat regelgevers te conservatief of te langzaam zijn vindt ze onzin. “Ontwikkelen van nieuwe methodes kost nu eenmaal veel tijd. Een veelbelovende nieuwe methode moet wel op een goede manier uitgebreid uitgetest worden voordat het op grote schaal wordt ingevoerd.” Gibbs gelooft erg in samenwerking met regelgevers. “Op die manier kunnen we als wetenschappers een bijdrage leveren aan het vinden van knelpunten en oplossingen daarvoor.”

Elkaar aanvullen

Illustratie interview Sue Gibbs

Ook samenwerking tussen wetenschappers onderling vindt ze belangrijk om te komen tot nieuwe inzichten. “Veel wetenschappers voelen zich snel bedreigd en gooien de deur dicht. Door kennis uit te wisselen bestaat het gevaar dat andere mensen er met jouw ideeën vandoor gaan. Ik ben daar niet bang voor. In tegendeel, uiteindelijk wordt iedereen er beter van omdat door interdisciplinaire samenwerking nieuwe kennis ontstaat. Mensen vullen elkaar aan en dat zorgt voor nieuwe oplossingen.” In haar onderzoek werkt Gibbs vanuit het VUmc samen met ACTA, de VU, het AMC en A-Skin BV. Die interdisciplinaire samenwerking tussen clinici, fundamentele onderzoekers en spin-off bedrijven is volgens Gibbs essentieel om klinisch onopgeloste problemen aan te pakken.

Kritisch

Als in de toekomst in haar onderzoek wel proefdieren nodig zijn om een nieuwe therapie te testen in een klinische trial, verwijst Gibbs door naar collega’s. “Ik houd me niet bezig met de opzet van dierexperimenteel onderzoek. Ik wil wel achteraf kritisch kijken naar het resultaat van dat onderzoek. Dan zie ik toch nog vaak dat het onderzoek ook anders en zonder dieren had gekund. De vanzelfsprekendheid om te kiezen voor proefdieronderzoek bestaat nog steeds.” Door haar kritische houding merkt ze dat de mensen met wie ze werkt ook steeds minder kiezen voor diermodellen. Dat is precies wat Gibbs wil. “Onderzoek met dierproeven is in sommige onderzoeken echt nog onvermijdelijk. Maar er valt al veel te bestuderen in vitro. Ik geef absoluut de voorkeur aan klinische studies met patiënten die zich daarvoor vrijwillig hebben aangemeld. Daarvoor heeft vaak uitgebreid preklinisch onderzoek plaatsgevonden met humane in vitro modellen. Dat levert veel meer bruikbare informatie op dan onderzoek met dieren.”

.