Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

"Dierproeven zijn een weerbarstig ethisch probleem"

Theo Mulder

Theo Mulder, directeur instituten van de KNAW

“Dierproeven zijn nog steeds noodzakelijk voor biologisch en biomedisch wetenschappelijk onderzoek omdat gelijkwaardige of betere alternatieven voor het gebruik van proefdieren tot op heden niet beschikbaar zijn.” Dit staat in het standpunt over proefdieronderzoek dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in 2009 formuleerde. Sinds die tijd is dat standpunt niet wezenlijk veranderd, vertelt Theo Mulder, directeur instituten van de KNAW. “Dierproeven leveren een ethisch probleem op. Dat is niet het probleem van óf wetenschappers óf de politiek óf de maatschappij. Het is een gezamenlijk probleem waarbij niet beschuldigend naar elkaar moet worden gewezen, maar waarover gezamenlijke keuzes gemaakt moeten worden wat wel en niet acceptabel is.”

“Ik ben een echte beestenman”, legt Mulder uit. “Maar ik aanvaard dierproeven als een noodzakelijk iets. Als maatschappij kun je er voor kiezen om geen dierproeven te doen. Dat betekent dat onderzoek naar ziektes als bijvoorbeeld Parkinson of ALS met proefdieren wordt stopgezet. In de discussie over dierproeven rijst vaak de vraag of mensen die tegen dierproeven zijn ook geen medicijnen of therapieën willen waarvoor onderzoek met dieren is gedaan. Maar hoe realistisch is zo’n keuze als het om leven of dood gaat? Het is een weerbarstig probleem dat heel simpel op te lossen lijkt. Maar stoppen met onderzoek met proefdieren heeft heel veel consequenties voor de gezondheid en veiligheid van mensen.”

Eigen 3V-fonds

In het kader van de Wet op de Dierproeven (WoD) is de KNAW vergunninghouder voor de drie instituten die wetenschappelijk onderzoek verrichten met behulp van proefdieren: het Hubrecht Instituut, het Nederlands Herseninstituut en het Nederlandse Instituut voor Ecologie. Het KNAW heeft een eigen 3V-fonds waar de drie instituten die dierproeven doen een beroep op kunnen doen voor financiële ondersteuning bij het ontwikkelen van 3V-alternatieven. Per jaar is daar ongeveer 100.000 euro voor ter beschikking. “Dat is geen gigantisch bedrag”, geeft Mulder toe. “Maar er gaat wel een signaalfunctie vanuit.” Het gaat daarbij zeker niet alleen om de vervanging van dierproeven, maar vooral om verminderen en verfijnen.

Openheid

Illustratie interview The Mulder

Mulder vindt openheid over dierproeven van groot belang. In 2008 stelde de KNAW (in samenwerking met haar eigen Commissie Dierproeven en Biotechnologie), de Vereniging van Universiteiten VSNU, en de NFU de code Openheid op. Doel van de code is om ‘door zelfregulatie tot een niet vrijblijvende openheid en dialoog over dierproeven te komen’. “Het is onze taak als wetenschappers om te laten zien waar we mee bezig zijn, ook op dit gebied. Er wordt wel gezegd dat veel van wat wij wetenschappers doen niet uit te leggen is aan mensen die niet in dat vakgebied zitten. Maar dat vind ik onzin. Alles valt uit te leggen.” Het betekent wel dat mensen dan moeten willen luisteren. “Tijdens lezingen en colleges kom ik jonge wetenschappers tegen die in hun onderzoek naar ziekten met proefdieren werken. Als zij over dat onderzoek praten, worden ze vaak uitgemaakt voor alles wat slecht is. Daarbij wordt vaak vergeten dat het de maatschappij is die in toenemende mate om oplossingen vraagt voor ziekten. De onmacht daarbij wat betreft genezing wordt feitelijk niet geaccepteerd.”

Ethische paradox

Soms lijkt het of mensen denken dat wetenschappers proefdieronderzoek voor de lol doen. “Dat is natuurlijk onzin”, weet Mulder. “Ook vanuit de wetenschappelijke wereld is daarom veel belangstelling voor 3V-alternatieven. Zodra er een alternatief is, wordt daar dan ook snel en dankbaar gebruik van gemaakt. Dierproeven zijn bovendien erg duur, dus goedkopere alternatieven zijn meer dan welkom.” Mulder merkt dat er sprake is van wat hij noemt een ‘ethische paradox’. Mensen eisen gezondheid, een lang leven en genezing. De verwachtingen van de geneeskunde zijn daarbij hooggespannen. Tegelijkertijd zijn mensen tegen dierproeven. Dit valt eigenlijk niet met elkaar te rijmen.

3V alternatieven

“Ik vind dat er te gemakkelijk wordt gesproken over onderzoekers die niet veel belangstelling zouden hebben voor de ontwikkeling en/of het gebruik van alternatieven voor dierproeven. Alleen al de zeer hoge kosten van onderzoek met proefdieren zorgen ervoor dat alternatieven aanlokkelijk zijn. Er wordt geen onderzoek gestart zonder uitgebreid literatuuronderzoek naar wat er op dat gebied al is onderzocht. Als er al met succes proefdiervrije methodes zijn toegepast, zullen die bij nieuw onderzoek zeker worden gebruikt. Het is dus niet zo dat onderzoekers bewust gemaakt moeten worden. Dat is tenminste niet mijn ervaring”, stelt Mulder.

.