Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Jan Wisse en Irma Vijn (Niaba): "Geef ons maar een bakje cellen"

Jan Wisse Irma Vijn

 

“Biotechnologiebedrijven hebben op verschillende manieren te maken met dierproeven en 3V-alternatieven. Zo worden voor het testen van veiligheid en werkzaamheid van producten dierproeven gedaan. Er zijn ook bedrijven die proefdierlijnen opzetten waarbij muizen genetisch aangepast worden voor bijvoorbeeld kankeronderzoek. Veel van onze leden zijn ook juist betrokken bij de ontwikkeling van 3V-alternatieven voor dierproeven." Duidelijkheid vindt Jan Wisse, directeur van de Nederlandse Biotechnologie Associatie (Niaba) heel belangrijk. "Dat we dierproeven doen, daar moeten we niet voor weglopen. Wij zijn heel erg voor alternatieven, maar om verschillende redenen is het gebruik van diermodellen vaak nog noodzakelijk. De politiek en het bedrijfsleven hebben een gezamenlijke taak om te verwoorden waarom keuzes gemaakt worden waarvoor dierproeven nodig zijn.” 

Wisse ziet daarbij dat autoriteiten vaak in een spagaat zitten. Aan de ene kant eisen ze absolute veiligheid van producten en stellen voor veiligheidsonderzoeken het gebruik van proefdieren verplicht. Aan de andere kant willen dezelfde autoriteiten het aantal proefdieren terugbrengen. Dat botst. De industrie vindt veiligheid uiteraard ook heel belangrijk, maar in sommige gevallen wordt daarbij wel het nut en de noodzaak van een verplichte dierproef in twijfel getrokken. Zo is het volgens Wisse onzinnig om nog meer uitgebreide dierproeven te doen voor genetisch gemodificeerde gewassen. “Ook niet alle 3V-alternatieven die er zijn kunnen in Europees of internationaal verband toegepast worden”, vult Irma Vijn, senior beleidsmedewerker bij Niaba aan. “Dan kiest de industrie uit oogpunt van kosten en efficiency voor een onderzoeksmodel dat wel overal wordt geaccepteerd. En dat is in veel gevallen nog een diermodel.” De emoties die spelen rond dierproeven bepalen volgens Wisse voor een groot deel het maatschappelijke debat. “En dat zorgt voor de politieke roep dat het aantal dierproeven omlaag moet. Maar dat moet geen doel op zich zijn. Als je in Nederland in het kader van de kenniseconomie het biomedisch onderzoek wilt verdubbelen, dan worden er ook meer dierproeven gedaan.” Volgens Wisse moet je meer onderzoek willen, met relatief minder dieren. Daarbij gaat het om de ontwikkeling van modellen die op een goede manier betrouwbare data opleveren.

Maatschappelijk debat

Niaba heeft meer dan zeventig leden die allemaal werkzaam zijn op het gebied van biotechnologie, in heel verschillende bedrijfstakken zoals de farmaceutische industrie en de levensmiddelen industrie. De leden werken niet allemaal zelf met biotechnologie, in Niaba zijn ook toeleveranciers verenigd. “We ondersteunen onze leden door het potentieel van biotechnologie onder de aandacht te brengen van politiek en samenleving”, legt Vijn uit. “Daarbij hoort ook een bijdrage aan het maatschappelijke debat over innovatieve technieken. Dierproeven en 3V-alternatieven is één van de onderwerpen waar we mee te maken hebben.” Er zijn verschillende commissies en projectgroepen die de ontwikkelingen op hun aandachtsgebieden in de gaten houden. Op dit moment zijn er commissies voor Biobusiness, Industriële Eigendom, Wet- en Regelgeving en Public Affairs. Ook is er een projectgroep Biotechnologie bij Dieren.

Gat dichten

Wat betreft de ontwikkeling van 3V-alternatieven ziet Wisse een gat tussen de ontwikkeling en de toepasbaarheid van nieuwe modellen. “Alternatieven worden vaak ontwikkeld binnen een universiteit. Die ontwikkeling gaat tot een bepaald niveau en dan laat de universiteit het los. Maar op dat moment heeft er nog geen validatie plaatsgevonden en is het model nog niet toegelaten tot de regelgeving.” Voor de industrie is het model op dat moment nog niet bruikbaar. Daardoor valt het tussen wal en schip. “We zijn op dit moment met TNO aan het kijken hoe dat gat gedicht kan worden,” vertelt Wisse. Eigenlijk moet al aan het begin van de ontwikkeling van een 3V-alternatief meegenomen worden hoe de weg moet lopen naar een werkzaam gevalideerd model. Daarbij moet ook duidelijk zijn wie in dat proces op welk moment welke taak heeft. “Anders wordt er geld gestopt in ontwikkelingen van modellen die nooit in de praktijk worden toegepast. Dat is jammer van het geïnvesteerde geld.”

Hoge eisen

Illustratie interview Niaba

Vijn ziet dat het niet meevalt om 3V-alternatieven toegelaten te krijgen. Dat is een tijdrovend traject. Zeker omdat de uitkomsten niet zeker zijn, is het bedrijfsleven soms afwachtend om daar een voortrekkersrol in te spelen. “De industrie zoekt wel naar modellen die nauwkeuriger zijn of modellen die goedkoper zijn. Maar zolang overheden er voor kiezen om dierproeven verplicht te stellen, zal het bedrijfsleven aan die verplichting voldoen.” Wat het ook nog eens lastig maakt om 3V-alternatieven toegelaten te krijgen, is dat er aan alternatieven hele hoge eisen worden gesteld wat betreft betrouwbaarheid en voorspellende waarde. “Aan de criteria die aan alternatieven worden gesteld voldoen veel dierproeven bij lange na niet”, vindt Wisse. “Maar omdat we die dierproeven al zo lang doen, is dat de standaard. Het is altijd lastig om iets dat er al is en waar mensen vertrouwd mee zijn, te vervangen.”

Cellen

Volgens Wisse geeft de industrie voorkeur aan ‘high throughput testing’, snel veel data verzamelen. “Uit een bakje met 96 vakjes met cellen kun je veel sneller data verzamelen dan uit 96 muizen. We hebben dus liever schaaltjes met cellen. ” Vijn merkt op dat het voordeel van werken met cellen is dat je vaak al kunt testen met de cellen van het organisme waarin je het product wilt gaan afzetten. Dat kunnen zowel humane cellen, als cellen van dieren zijn.

Openheid

Illustratie interview Niaba

Openheid en duidelijkheid over dierproeven helpen volgens Wisse om zichtbaar te maken waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Zowel de politiek als bedrijven en organisaties praten er liever niet al te veel over. Maar dat komt het maatschappelijke debat niet ten goede. Dus is Niaba voorstander om het debat aan te gaan én te werken aan het ontwikkelen van 3-V modellen.

.