Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

"Vragen zijn vaak belangrijker dan antwoorden"

Foto Marc van Mil

Marc van Mil, Universiteit Utrecht

Slimme vragen kunnen stellen zou een belangrijker wetenschappelijk onderwijsdoel moeten zijn dan correcte antwoorden kunnen geven. Dat is de visie van Marc van Mil op academisch onderwijs. Van Mil is als docent betrokken bij de opleiding Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij sinds 2013 aangesteld als postdoc onderwijsinnovatie en geeft hij adviezen over e-learning. In zijn cursussen maakt Van Mil gebruik van actieve werkvormen waarbij studenten een kritische en onderzoekende houding ontwikkelen. Zijn inspirerende manier van lesgeven leverde hem de prijs Docententalent 2013-1014 van de Universiteit Utrecht op. De jury gaf aan ‘erg onder de indruk te zijn van zijn passie voor onderwijs, zijn talent om het beste in studenten naar boven te halen en zijn enthousiasme om buiten de gebaande paden nieuwe vormen van onderwijs te ontwikkelen en te implementeren.’

Van Mil wil studenten uitdagen om na te denken en een mening te vormen over maatschappelijke en persoonlijke dillema’s die van toepassing zijn bij het moderne genetica-onderzoek. Dierproeven en het vervangen, verminderen en verfijnen (3V’s) daarvan is nog geen onderwerp in zijn onderwijs geweest. Maar ook juist bij dat onderwerp kan een kritische en onderzoekende houding van een wetenschapper helpen om buiten de gebaande paden te treden om nieuwe en betere onderzoeksmethoden te ontwikkelen. Van Mil legt graag zijn visie op academisch onderwijs uit. Pasklare antwoorden hoe dat toe te passen bij onderwijs waarbij 3V’s voor dierproeven een rol spelen, heeft hij niet, maar het lijkt hem cruciaal om het onderzoekende en nieuwsgierige in studenten te prikkelen en ze aan te zetten tot het stellen van vragen. Tot nieuwe vragen komen is volgens Van Mil vaak veel interessanter dan antwoorden vinden.

Passie

Zijn passie voor onderwijs kan Van Mil niet echt verklaren. “Ja, mijn ouders zitten beide in het onderwijs, dus misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan”, zegt hij lachend. “Maar na mijn studie biotechnologie in Wageningen wilde ik liever les gaan geven dan onderzoek gaan doen. Ik wilde wel les geven op academisch niveau. Het onderzoekende en nieuwsgierige dat ik in mezelf voel, wil ik graag aanwakkeren bij jonge mensen.”

Niet weten

Niet elke student aan de universiteit is een onderzoeker, weet Van Mil. “Maar bij degene die dat wel in zich hebben, wil ik er graag aan bijdragen om dat te ontwikkelen. In ons bachelor onderwijs is daar eigenlijk te weinig ruimte voor. Daar draait het voornamelijk om feitenkennis. Die basiskennis is heel belangrijk. Maar het is niet voldoende. Studenten moeten zich realiseren dat er zoveel is wat we niet weten. De kunst van het onderwijs is om studenten zo uit te dagen dat ze zien dat ook zij vragen kunnen stellen waar wij als docenten geen antwoord op hebben. Juist de vragen waar we nog geen antwoord op hebben zorgen voor vooruitgang in de wetenschap.”

Reflectie

Geen docent zal het oneens zijn met de stelling dat de studenten op de universiteit een onderzoekende en kritische houding moeten ontwikkelen denkt Van Mil. “Maar dit wordt nauwelijks als expliciet doel van onze cursussen beschreven. Dat moet kennelijk tussen de bedrijven door vanzelf gaan. Maar zo werkt het niet. Misschien bij een paar hele goede studenten wel. Maar we hebben niet alleen hele goede studenten. En bovendien profiteren goede studenten het meest bij beter onderwijs. Dus pleit ik voor beter onderwijs met meer ruimte voor reflectie.”

Kritisch blijven

“Veel onderwijs geeft antwoord op vragen die nooit gesteld zijn. We vertellen studenten wat ze moeten leren en die gaan er van uit dat die stof dan wel belangrijk is. Maar kennis wordt pas relevant als het ook echt tot meer inzicht leidt. Ideaal zou zijn als vragen centraal staan die studenten zelf geïdentificeerd hebben. Niet om het leuker te maken voor studenten, maar omdat op die manier duidelijk wordt waarom kennis belangrijk is. In eerste instantie kan een docent de vragen identificeren en studenten begrip laten krijgen voor het belang van vragen. In een volgende fase moeten studenten zelf de vragen identificeren en de docent structureert de beantwoording. In de laatste fase kunnen studenten zowel zelf de vragen als de antwoorden zelf structureren.” Belangrijk daarbij is volgens Van Mil om altijd kritisch te blijven en te blijven checken of de gevonden antwoorden wel de juiste zijn en welke vragen er overblijven. “Dat is inherent aan de wetenschap: dat er altijd vragen open blijven of nieuwe bijkomen.”

Moeilijk testen

Onderwijs dat alleen gericht is op het overdragen van kennis leidt tot luie studenten die gericht zijn op consumeren, weet Van Mil uit ervaring. “Het hoeft niemand te verbazen dat studenten dan nauwelijks iets overhouden van die kennis. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat het aan de studenten zelf ligt, dat die er alleen maar zitten om hun studiepunten te halen. Dat klopt niet. Ik vind dat de meeste studenten recht hebben op beter onderwijs. Van Mil geeft toe dat vaardigheden als kritisch en onderzoekend zijn, een stuk moeilijker te testen zijn dan feitenkennis. “Je zou tentamens moeten maken waar de student geen antwoorden moet geven maar juist vragen moet stellen”, zegt hij nadenkend. “Maar hoe je zo’n tentamen nakijkt, dat lijkt me nog niet zo eenvoudig.”

Vraag centraal

Het gaat er in ieder geval om om mensen aan het denken te krijgen. Dat zou ook bij 3V’s voor dierproeven centraal moeten staan. Het gaat bij onderwijs zeker niet alleen om de details van de onderzoekstechnieken, al dan niet met dieren. Het gaat meer om het nadenken over welke experimenten een antwoord geven op je vraag. Ook hier geldt dus: stel de vraag centraal. En kijk dan naar verschillende onderzoeksmethoden die een antwoord op die vraag zouden kunnen geven. “Als je de vraag helder hebt kun je kijken naar welk type experiment welk type antwoord oplevert. Als in het lab waar een jonge onderzoeker werkt de traditie is om onderzoek met muizen te doen, hoeft die onderzoeker daar niet zonder meer in mee te gaan. Misschien zijn er wel modellen die een veel beter antwoord op de vraag geven. Maar om die modellen te vinden moet je wel geleerd hebben om kritisch en onderzoekend te zijn.”

.