Rijksoverheidslogo
Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven

Jaaroverzicht 2013

Vrouw met vlag

Het NKCA is sinds 2010 operationeel. Het is ingesteld door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) als een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Utrecht en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In 2013 is het dossier ‘dierproeven en alternatieven’ ondergebracht bij het ministerie van EZ, directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn. Ook in 2013 heeft het NKCA weer samengewerkt met commerciële en academische onderzoeksinstellingen, overheid en maatschappelijke organisaties om de ontwikkeling en de toepassing van 3V-methoden te stimuleren. Hier vindt u een overzicht van onze activiteiten in 2013. Maar we kijken niet alleen terug op onze eigen activiteiten. Ook laten we graag zien wat er afgelopen jaar in Nederland nog meer gebeurde om de ontwikkeling en implementatie van 3V-methoden onder de aandacht te brengen.

In de loop van 2014 wordt de Europese richtlijn (rl.2010/63/EU) betreffende dierproeven in wetenschappelijk onderzoek ingevoerd in de nationale wetgeving in Nederland. Een belangrijk gevolg van de nieuwe wetgeving is dat het organisatorische model voor de beoordeling van dierproeven wordt gewijzigd. Nieuwe taken en bevoegdheden worden benoemd en zullen worden belegd, waarbij twee nieuwe instanties een belangrijke rol spelen: de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) en het Nationaal Comité (NC) ter bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. Dit betekent ook het einde van het NKCA in zijn huidige vorm. Een deel van de taken wordt ondergebracht bij het op te richten Nationaal Comité. De naam en organisatievorm gaan in 2014 veranderen, maar de missie van de nieuwe organisatie blijft hetzelfde: het bevorderen van de toepassing van 3V-alternatieven voor dierproeven. De Universiteit Utrecht zet haar werkzaamheden op het gebied van onderwijs en nascholing voort en het RIVM gaat door met coördinatie van toegepast onderzoek naar de ontwikkeling van 3V-methoden die toepasbaar zijn binnen diverse wettelijke kaders.

Kennis-en informatiemanagement

Monitoring en evaluatie van dierproeven en 3V-alternatieven. Hoe breng je dat in beeld?

Voorkant rapport dataopslag

De laatste jaren stagneert het aantal dierproeven in ons land. Al jaren worden ongeveer 600.000 dieren gebruikt voor onderzoek. Oppervlakkig beschouwd zou je de conclusie kunnen trekken dat de inspanningen op het gebied van de 3V’s te weinig effect hebben. Dit klopt echter niet. Deskundigen stellen dat het aantal onderzoeken de afgelopen jaren enorm is toegenomen, maar het aantal dierproeven nauwelijks. Het aantal dierproeven dat jaarlijks wordt uitgevoerd, zegt op zich weinig over de ontwikkeling en toepassing van 3V-onderzoeksmethoden. Vanuit de politiek en de maatschappij is wel behoefte aan meer inzicht in de ontwikkelingen en de effectiviteit van maatregelen op dit vlak. Het NKCA heeft daarom begin 2013 een adviesrapport uitgebracht waarin voorstellen worden gedaan voor een samenhangende benadering van dataopslag, monitoring en evaluatie van proefdiergebruik en 3V-alternatieven in Nederland. Eind 2013 bracht het NKCA ook een folder uit waarin wordt geschetst hoe een dergelijk programma opgezet zou kunnen worden.

Meer informatie: Dataopslag, monitoring en evaluatie van dierproeven, proefdieren en 3V-alternatieven voor proefdiergebruik in Nederland. Rapport 380001003/2013. Auteurs: Maaike van Zijverden (NKCA), Cornelle Noorlander (RIVM/VSP) en Sophie Deleu (NKCA).

3D-printing, een nieuwe dimensie voor 3V’s

Voorkant rapport 3D printen

3D-printing is een verzamelnaam voor innovatieve technieken die de laatste jaren een sterke groei laten zien. Ondanks dat de techniek nog volop in ontwikkeling is, zijn de mogelijke toepassingen wijdverspreid. Hieronder vallen ook (bio)medische toepassingen, zoals medische hulpmiddelen, geneesmiddelen, medisch onderzoek en ontwikkeling van nieuwe in vitro testen. In combinatie met andere innovatieve technieken en ontwikkelingen, zoals organ-on-a-chip, tissue engineering, synthetische biologie en stamcellen, heeft 3D-printing een sterke potentie om bij te dragen aan de 3V’s van dierproeven. Zo kunnen geprinte organen-op-een-chip (van menselijke oorsprong) worden ingezet voor toxiciteits- en effectiviteitstesten van bijvoorbeeld medicijnen. Dat levert relevante data en spaart dieren. Maar misschien zal het effect van innovatie wel het grootst zijn middels de 4e V, de V van Vermijding of Voorkoming. Waar steeds meer kennis over het functioneren van het menselijk lichaam beschikbaar komt, raakt uiteindelijk het proefdier overbodig. Daarvoor moeten wel volop de vruchten van innovatieve technieken geplukt kunnen worden. In 2013 is door het NKCA een 3D-expertgroep opgericht om de mogelijkheden verder te onderzoeken. In het rapport ‘3D printing, een nieuwe dimensie voor 3V’s’ worden voorstellen gedaan om 3D-printing in te zetten voor de 3V’s.

Meer informatie: 3D-printing, een nieuwe dimensie voor de 3V’s. Over 3D-printing, innovatie en alternatieven voor dierproeven. NKCA Briefrapport 100253001. Auteurs; Maaike van Zijverden, NKCA,Petra van Kesteren, RIVM/VSP en Sophie Deleu, NKCA.

Communicatie

De V van Verhalen

Artikel over V van Verhalen

In 2012 en 2013 interviewde Inge Toussaint voor het NKCA 56 mensen die een rol spelen bij de 3V’s. De persoonlijke verhalen die zij optekende laten zien dat er geen eenduidige en gemakkelijke weg is om 3V-methoden te implementeren. Sommige geïnterviewden zijn er zelfs van overtuigd dat het 3V-denken zijn langste tijd heeft gehad en dat er gezocht moet worden naar een hele nieuwe weg. De interviews geven een mooi beeld van de dilemma’s, kansen en belemmeringen die opdoemen op de lange weg van ontwikkeling naar implementatie van 3V-methoden. De interviews zijn gebundeld in het boek ‘De V van Verhalen’ dat van illustraties werd voorzien door Marjolein Schilders-Van Boxel. Het boek werd op 13 december feestelijk gepresenteerd in het Academiegebouw in Utrecht.

Bijeenkomst verschil wetenschappelijke beloften en maatschappelijke verwachtingen

Tekening van computer naar mens

Het verschil tussen de wetenschappelijke beloften en maatschappelijke verwachtingen van dierproeven en de 3V-mogelijkheden. Dat stond centraal op 14 november bij de bijeenkomst ‘Openheid en Transparantie ’ in Den Haag. De bijeenkomst was georganiseerd door het NKCA, ZonMw, en CSG Centre for Society and the Life Sciences. De deelnemers aan de dag waren projectleiders van onderzoeken die door ZonMw gefinancierd worden en waarbij gebruik wordt gemaakt van dierproeven of 3V-alternatieven daarvoor. Met het panel waarmee de bijeenkomst startte, ontstond onder leiding van Victor Deconinck een levendige discussie over het verschil tussen wetenschappelijk beloften en maatschappelijke verwachtingen. Duidelijk werd dat de keuze voor dierproeven niet een keuze is die een onderzoeker alleen maakt. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven, wetenschappers en de maatschappij. In de communicatie daarover is het belangrijk om dilemma’s te laten zien. Door die open en bloot op tafel te leggen, kan een echte discussie ontstaan over wat wel en niet wenselijk is op het gebied van dierproeven.

Regionaal Overleg Dierproeven en Alternatieven

Het NKCA voerde ook in 2013 het secretariaat van het Regionaal Overleg Dierproeven en Alternatieven (RODA). Dit overleg is in 2011 door het ministerie van VWS ingesteld en komt minimaal twee keer per jaar bijeen. Het RODA bestaat uit de vertegenwoordiging van een groot aantal maatschappelijke en wetenschappelijke (koepel)organisaties. Onderwerp van gesprek is het beleid over (alternatieven voor) dierproeven in relatie tot relevante maatschappelijke trends en ontwikkelingen. De activiteiten van het RODA staan omschreven in een Meerjarenoverzicht 2011-2013.

Nog meer informatie op website

Het NKCA staat in het teken van kennisdelen en communiceren. De website www.nkca.nl neemt daarbij een belangrijke plaats in. In 2013 is de website weer uitgebreid en geactualiseerd. Op het onderdeel van de website‘3V’s in de praktijk’ werden regelmatig interviews geplaatst met mensen die in de praktijk te maken hebben met dierproeven en 3V-methoden. Om de website goed aan te sluiten bij de wensen van professionals, hebben we in 2013 ook weer gebruik gemaakt van de RedactieAdviesRaad. Die bestaat uit mensen uit het veld met wie regelmatig overlegd wordt over de website en de elektronische nieuwsbrief. Hun input helpt om de website en de nieuwsbrief nog beter te maken! In 2013 zijn tien nieuwsbrieven verstuurd.

Volg het NKCA!

Via Twitter (twitter.com/NKCA3V) en Facebook (www.facebook.com/NKCA3V ) deelde het NKCA in 2013 bijna dagelijks nieuwtjes over 3V-methoden. Blijf ook op de hoogte en volg ons.

Sneller van Innovatie naar Mens

Deur 3V

Het project ‘SLIM, Sneller van Innovatie naar Mens’ heeft de afgelopen drie jaar gewerkt aan het optimaliseren van de ontwikkelingsketen van 3V-methoden en daarmee aan het versterken van de innovatiekracht van het bedrijfsleven. Samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en regelgevende instanties was daarbij cruciaal. Alleen dan kunnen 3V’s snel(ler) geaccepteerd en geïmplementeerd worden. Het NKCA was één van de partners in het SLIM-project. Dit Pieken in de Delta project werd onder andere gefinancierd door Agentschap NL en de provincie en gemeente Utrecht.

Op 18 juni vond in Utrecht een kick-off bijeenkomst plaats, gevolgd door een bijeenkomst op 29 oktober waarbij centraal stond hoe een bedrijf van intentie naar actie kan komen op het gebied van 3V’s. Voor de slotbijeenkomst in januari 2014 waar de resultaten van het project werden gepresenteerd, werkte het NKCA mee aan een whiteboard animation film waarin in vier minuten geschetst werd wat het SLIM project de afgelopen drie jaar heeft gedaan.

Internationaal

Kansrijk toepassingsgebied

Afstemming van de Nederlandse inzet in internationale gremia is complex. Het streven naar de toepassing van 3V-alternatieven doet zich in verschillende vakgebieden voor. Professionals (onderzoekers, beleidmakers en beoordelaars) spreken niet altijd dezelfde ‘taal’. Ketenpartners weten vaak niet eens van elkaars bestaan af. In de Programmeringsstudie Alternatieven voor Dierproeven is daarom gepleit voor een gerichte aanpak per kansrijk toepassingsgebied.

De inspanningen lonen het beste in deze gebieden:

  • Fundamenteel onderzoek naar kanker
  • Fundamenteel onderzoek naar de ontwikkeling van geneesmiddelen
  • Toegepast onderzoek naar de kwaliteitsbewaking van geneesmiddelen, waaronder sera en vaccins
  • Toegepast onderzoek naar de humane risicobeoordeling van chemische stoffen

Eigen cultuur

Plaatje samen sterk

Deze vier domeinen kennen allemaal een verschillende internationale context, hoewel er zeker ook dwarsverbanden zijn. Ondanks deze dwarsverbanden kan echter niet worden volstaan met een generieke aanpak, want elke internationale context kent - naast een eigen specialistische inhoud – een eigen cultuur en wijze van omgaan met elkaar en met (proef)dieren. Ook zijn op de verschillende vakgebieden verschillende landen actief. Het maakt dus uit wie de doorslag moet geven met betrekking tot acceptatie van een alternatieve testmethode. Deze internationale context moet per toepassingsgebied goed in beeld worden gebracht zodat gekozen kan worden voor een effectieve een gezamenlijke Nederlandse inzet.

Samen staan we sterk!

Mede op basis van een workshop op 5 november met Nederlandse experts op de verschillende toepassingsgebieden, heeft het NKCA in 2013 de notitie ‘Samen staan we sterk!’ gemaakt. De workshop had tot doel een top-vijf samen te stellen van onderwerpen en/of activiteiten die met voorrang op internationaal niveau moeten worden opgepakt. In de notitie wordt de top-vijf uitgewerkt en wordt een voorstel gedaan voor een gezamenlijke Nederlandse inzet. In 2014 wordt de notitie in de vorm van een adviesrapport aangeboden aan het ministerie van Economische Zaken.

Onderwijs

Een belangrijke taak van het NKCA is het bijdragen aan de bewustwording bij alle betrokkenen bij dierproeven van het belang van de toepassing van 3V's. De verplichte art. 9 (Wod) cursus leert de onderzoeker hoe hij/zij het gebruik van proefdieren kan verminderen. In deze cursus, die bij diverse universiteiten en instellingen wordt gegeven, verzorgde het NKCA in 2013 een module over 3V-alternatieven. Ook binnen de masteropleiding 'Verantwoord proefdiergebruik' aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht verzorgde het NKCA een dergelijke module.

Het NKCA draagt daarnaast bij aan de postdoctorale opleiding proefdierkunde voor aankomend proefdierdeskundigen (art. 14 Wod). Naast het verzorgen van onderwijsactiviteiten op diverse universiteiten en instellingen (zoals aankomend biologieleraren aan Hogeschool Utrecht, HAS Den Bosch en Psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam), bevordert het NKCA ook de inzet van 3V-methoden binnen het onderwijs en zorgt ze voor kennisdeling door middel van bij- en nascholingsactiviteiten

Plaatje onderwijs

Onderwijs binnen 2010/63/EU:

De in september 2010 gepubliceerde Europese Richtlijn 2010/63/EU 'betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt' wordt in 2014 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving. De Wet op de Dierproeven uit 1997 is daarom grondig herzien. De implementatie leidt ook tot een aanpassing van het opleidingsprogramma voor de diverse betrokken functionarissen. Het NKCA leidt de Werkgroep Educatie & Training die het ministerie van Economische Zaken adviseert over de aanpassingen in het onderwijs.

De Richtlijn erkent vier functies waarvoor de competentie door verplichte educatie en training verkregen kan worden:

  • Het uitvoeren van procedures op dieren;
  • Het opzetten van projecten en procedurs;
  • Het verzorgen van dieren;
  • Het doden van dieren.

De bestaande opleidingen worden hierop aangepast. Daarnaast vereist de Richtlijn dat elke functionaris een soortspecifieke opleiding heeft voor de diersoort die onder zijn verantwoordelijkheid gaat vallen. Verder wordt regelmatige bij- en nascholing van de functionarissen gevraagd. In het ‘Working document on the development of a common education and training framework to fulfill the requirements under the Directive’ heeft een Expert Working Group van de Europese Commissie voorstellen gedaan voor het onderwijs voor de in de richtlijn genoemde functies. Dit document moet leiden tot een harmonisatie van de opleidingseisen binnen Europa voor de genoemde functies. Om dit te faciliteren is het ‘European Platform on Education & Training’ ingesteld. Dit zal binnen Europa als een centraal punt gaan functioneren voor uitwisseling van informatie tussen opleiders, opleidingsaccreditatie-instellingen, en lidstaten om zo te komen tot goed gekwalificeerde opleidingen, waarvan de certificaten door anderen kunnen worden erkend. Het NKCA participeert in de Stuurgroep van het Platform.

Wat gebeurde er in Nederland nog meer in 2013 om 3V’s te bevorderen?

Wetsvoorstel herziening Wet op de Dierproeven aangenomen in Tweede Kamer

In 2010 werd de Europese richtlijn 2010/63/EU ‘on the protection of animals used for scientific purposes’ van kracht, ter vervanging van richtlijn 86/609/EU. Deze regelgeving moet dieren in dierproeven beschermen en door toepassing van 3V-alternatieven het proefdiergebruik terugbrengen. Hiertoe moet de richtlijn geïmplementeerd worden in de nationale wet- en regelgeving van elk van de Europese lidstaten. Onder meer via door het ministerie van Economische Zaken georganiseerde stakeholdersbijeenkomsten en werkgroepen zijn belanghebbenden, waaronder het NKCA, betrokken bij de implementatie. In november 2013 werd de herziene Wet op de dierproeven (Wod) goedgekeurd door de Tweede Kamer. Naar verwachting zullen de herziene Wod en een aantal onderliggende regelingen in de loop van 2014 in werking treden.

Debatten over dierproeven in de Tweede Kamer

Per januari 2013 is het dossier Dierproeven en Alternatieven overgegaan van het ministerie van VWS naar Economische Zaken. In februari presenteerde de nieuwe verantwoordelijke bewindspersoon, staatssecretaris Sharon Dijksma het jaarverslag van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ‘Zo Doende 2012’, waarin een nagenoeg gelijk aantal geregistreerde dierproeven werd gemeld. Op 14 maart en op 15 mei hebben een Algemeen Overleg met de Kamer plaatsgevonden. In april heeft de staatssecretaris een brief verstuurd aan de Tweede Kamer waarin zij de stand van Zaken schetste voor dierproeven en alternatieven. Daarin verwoordde zij de ambitie om voortvarend in te zetten op bevordering van de 3V’s. Vragen vanuit de Kamer leidden onder meer tot onderzoeken naar de in voorraad gedode dieren (en een internationale bijeenkomst daaromtrent), de evaluatie en monitoring van 3V-initiatieven, het gebruik van primaten door het BPRC, en het optimaliseren van pijnbestrijding bij proefdieren. Een ander belangrijk onderwerp van overleg is vanzelfsprekend de herziening van de Wet op de dierproeven (Wod), die in november door de Tweede Kamer werd goedgekeurd. En het opstellen van de ministeriële regelingen, waaronder de Dierproevenregeling, die het Dierproevenbesluit vervangt en waarnaar de herziene Wod voor een aantal zaken verwijst.

Bas Blaauboer wint Willy van Heumenprijs

Prijsuitreiking Blaauboer

Op 14 november ontving Bas Blaauboer de Willy van Heumenprijs uit handen van Hans Clevers, president Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Als hoogleraar Alternatieven voor dierproeven in de toxicologische risicobeoordeling aan de Universiteit Utrecht, zet Blaauboer zich al jarenlang in voor 3V-alternatieven. De Willy van Heumenprijs is de grootste prijs in Nederland voor 3V-onderzoek en wordt eens per twee jaar uitgereikt door de Stichting ‘Stimuleringsfonds Alternatieven voor Dierproeven’.

Huub Schellekens wint Dierenbescherming Lef in ‘t Lab prijs

Schellekens LiL

Vanwege zijn prikkelende verzet tegen nutteloze en overbodige dierproeven en zijn kritische houding bij de introductie van nieuwe, veelbelovende medicijnen, die lang niet altijd een toepassing krijgen bij mensen, kreeg Huub Schellekens op 30 september de Lef in ’t Lab oeuvreprijs uitgereikt door de directeur van de Dierenbescherming, Frank Dales. Schellekens is hoogleraar Farmaceutische Biotechnologie aan de Universiteit Utrecht en was eerder directeur van het Gemeenschappelijk Dierenlaboratorium van diezelfde universiteit.

Prijs Alternatieven voor Dierproeven voor biotechnici NKI Amsterdam

Plaatje prijzenpodium

Staatssecretaris Sharon Dijksma reikte op 13 november tijdens De Biotechnische Dagen de prijs Alternatieven voor Dierproeven 2013 uit aan Rahmen Bin Ali, Fina van der Ahé, Tanya Vermeeren en Colin Pritchard, allen biotechnici van het NKI te Amsterdam, onder leiding van Ivo Huijbers. De prijs Alternatieven voor Dierproeven wordt jaarlijks uitgereikt aan de proefdierverzorger(ster), biotechnicus of analist die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de Vervanging, Vermindering of Verfijning van dierproeven. Hij wordt toegekend door het Ministerie van Economische Zaken en beschikbaar gesteld vanuit het budget van het ZonMw programma Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD). De winnaars van dit jaar introduceerden een methode waarbij, bij de ontwikkeling van genetisch gemodificeerde muizen, de embryo’s niet-chirurgisch worden teruggeplaatst in de baarmoeder van het moederdier. Binnen het NKI is deze methode de afgelopen jaren al succesvol toegepast en ook bij andere instellingen is hij onder de aandacht gebracht. De methode leidt tot een vermindering in het aantal benodigde dieren en in een verminderd ongerief bij de moederdieren.

Afronding NTC project

In december organiseerde het Netherlands Toxicogenomics Centre (NTC) een 'Wrap-up event' als afsluiting van de eerste fase van het onderzoeksprogramma ‘An applied systems toxicology approach to predicting chemical safety’. Binnen dat programma werd vanuit de toxicogenomics benadering een aantal veelbelovende testen ontwikkeld die meer inzicht geven in toxicologische mechanismen op moleculair- en genetisch niveau. Ook geven die testen meer inzicht in dosis-effect relaties. Daardoor zou je uiteindelijk in veel lagere doses zou kunnen testen, zelfs in de mens. Op die manier kunnen dierproeven vermeden worden. In potentie leveren deze testen dus gevoeliger en meer specifieke resultaten op dan de traditionele dierproeven. Verdere ontwikkeling en vervolgens ook uitgebreide validatie, moeten de waarde van deze methoden nog demonstreren aan de regulatoire instanties en ze zorgen dat ze toepasbaar worden voor de industrie.

Cosmetica Richtlijn: totaal verbod dierproeven in 2013

Plaatje flesje

Sinds 11 juli moet elk cosmetisch product op de Europese markt voldoen aan de eisen van de Cosmeticaverordening (1223/2009/EG), die in 2009 werd gepubliceerd ter vervanging van de richtlijn uit 1976. De producent of importeur moet uitvoerige veiligheidstesten doen en de resultaten daarvan vastleggen in een veiligheidsdossier. Dierproeven zijn daarbij sinds2004 al verboden voor het eindproduct en sinds 2013 voor ingrediënten voor cosmetische producten. Dit betekent dat een Europese producent alleen producten op de markt mag brengen waarvan de ingrediënten via in vitro of (fysisch-)chemische methoden óf door onderzoek op menselijke vrijwilligers op veiligheid getest zijn. Ook cosmetica-leveranciers van buiten de EU, die hun producten op de Europese markt willen brengen, moeten aan deze normen voldoen. De Europese Commissie stimuleert de ontwikkeling van 3V-alternatieven in het veiligheidsonderzoek door via kaderprogramma’s grote onderzoeksprojecten te financieren, waaraan ook Nederlandse onderzoeksinstellingen en bedrijven deelnemen. Een aantal dierproefvrije testen is na validatie inmiddels formeel door de EU geaccepteerd en geïmplementeerd in de testrichtlijnen van de EU en OECD.

Ethische toetsing van dier- en mensproeven

De maatschappelijke en ethische beoordeling van dierexperimenten en klinisch onderzoek aan mensen vindt deels plaats in commissies, zoals Dierexperimentencommissies (DEC), Medisch Ethische Toetsingscommissies (METC) en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Maar natuurlijk worden op allerlei momenten binnen de keten van biomedisch onderzoek ethische afwegingen gemaakt. Bij de financiering van onderzoek naar lifestyle-gerelateerde aandoeningen moet bijvoorbeeld de keuze worden gemaakt tussen preventie of therapie. En bij toegepast onderzoek moet op een zeker moment besloten worden de stap te zetten van preklinisch onderzoek naar klinisch onderzoek in de mens. In de onderzoeksketen is een groot aantal partijen direct of indirect betrokken bij deze keuzes, bijvoorbeeld de overheid, gezondheidsfondsen, financieringsorganisaties, onderzoekers, patiënten en belangenorganisaties. Op 31 oktober organiseerde Dialoog een symposium om binnen deze keten van biomedisch onderzoek de wenselijkheid en mogelijkheden van interactie te onderzoeken bij de ethische evaluatie van enerzijds dierproeven en anderzijds het mens gebonden onderzoek. Ook is gekeken hoe deze ethische beoordeling geoptimaliseerd kan worden. Dialoog is een discussiegroep over de dierproefproblematiek en bestaat uit personen vanuit het wetenschappelijk onderzoek, de industrie, dierenbeschermingsorganisaties en overheid.

Bijeenkomst In voorraad gedood

Bij de fok van dieren die bestemd zijn voor biomedisch onderzoek, blijven dieren (530.000 in 2011, Zodoende, NVWA) over die niet gebruikt worden voor dierproeven. Deze zogenaamde surplus dieren zijn voornamelijk muizen en vissen, waarvan een aanzienlijk deel genetisch gemodificeerd is. Deze dieren worden in Zo doende aangeduid als ‘ in voorraad gedood’. Vanuit de intrinsieke waarde van dieren is het moreel problematisch om meer dieren dan absoluut noodzakelijk te doden. In oktober organiseerde Coenraad Hendriksen met Jan-Bas Prins in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een internationale workshop over dit onderwerp. De uitkomsten daarvan werden enkele weken later gepresenteerd tijdens een openbare bijeenkomst. Begin 2014 verscheen een Rapport in voorraad gedoodrapport met aanbevelingen. De verwachting is dat een goede planning en training kan leiden tot een vermindering van het aantal surplus dieren. Door centralisatie van fokkolonies zouden fokstrategieën uiteindelijk meer gestroomlijnd kunnen worden. Voor de kortere termijn kunnen proefdierdeskundigen en DEC’s behulpzaam bij het verzamelen van best practices om het aantal surplus dieren terug te brengen.

Promotieonderzoek naar waarde van dierproeven bij ontwikkeling medicijnen

Voorkant proefschrift Van Meer

Binnen het TIPharma project ‘The use of animals in development of pharmaceuticals’ promoveerden Peter van Meer en Marlous Kooijman van de Universiteit Utrecht in 2013 op hun onderzoek naar de waarde van dierproeven bij medicijnontwikkeling. Van Meer richtte zich daarbij op de meerwaarde en de voorspellende waarde van dierproeven. Kooijman onderzocht de ontwikkeling, validatie en implementatie van 3V-methoden voor dierproeven. Uit het onderzoek van Peter van Meer blijkt dat in een aantal gevallen de dierproeven weinig of geen nieuwe informatie opgeleverd hebben. De dierproeven zijn echter wettelijk verplicht. Van Meer pleit daarom voor een eerdere dialoog tussen farmaceutische bedrijven en overheid op basis van wetenschappelijke inzichten, om te komen tot grondige aanpassing van de richtlijnen.

Proefschrift Peter van Meer: The Scientific Value of Non-Clinical Animal Studies in Drug Development. Universiteit Utrecht, Faculteit Bètawetenschappen.

Doorontwikkeling en implementatie van diervrije methoden vaak problematisch

Voorkant proefschrift Kooijman

Het vertrouwen in dieren als model voor de mens is zo sterk dat dierproeven over het algemeen de voorkeur krijgen bij de ontwikkeling van medicijnen, zelfs als het nut ervan betwist wordt en nieuwe aanpakken beschikbaar zijn. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Marlous Kooijman. De doorontwikkeling en implementatie van alternatieve methoden is vaak problematisch. Het validatieproces is kostbaar en de uitkomst onzeker omdat dierproeven een beperkte voorspellende waarde hebben en daardoor geen logisch eindpunt zijn voor de validatie van de nieuwe methoden die als doel hebben risico’s in mensen beter te voorspellen dan de dierproeven. In haar proefschrift geeft Kooijman een aantal  aanbevelingen om het verminderen van het gebruik van dierproeven in de ontwikkeling van medicijnen te versnellen.

Proefschrift Marlous Kooijman: Why animals studies are still being used in drug development. Universiteit Utrecht, Faculteit Geowetenschappen.

.